16
mrt

Jef kruipt

Jef kruipt* en plots is alles anders. Jefke is niet langer dat knuffelig koalabeertje dat zijn pootjes rond mama’s armen slaat en open-mondkussen op haar wang en neus duwt. Hij wil niet meer bij haar op de schoot. De kleine verrader heeft plots in de gaten gekregen dat hij nu op eigen kracht kan geraken waar hij zelf naartoe wil gaan en wil nu alles zelf doen. Een beetje voorbarig vindt mama, die zijn gestuntel meewarig van op een afstandje in het oog houdt. Als ze op armafstand van hem komt, duwt hij haar ongeduldig weg. Jef wil geen tut (tutten zijn voor slapers), Jef wil geen gepotel aan zijn lijf, Jef wil zelf de lepel vasthouden en de pap in zijn ogen en oren smeren. Hij geniet van zijn nog zo recente vrijheid. Het ene moment zit hij aan de schoenen bij de voordeur, en het volgende hoor je het kabaal van de kookpotten die hij in de keuken uit de kast sleept.

(Het leven van een kruipende baby zit vol verrassingen. Koekjes onder de zetel, tubes die opengaan en waar iets zacht en wit uitkomt dat whaaa smaakt (uitspuwen!!!), deuren die omgekeerd opengaan en op je hoofd vallen, lepels waar geen eten in zit, bewegende knuffels die vreselijk grappig zijn tot ze bijten en uit het niets opduikende mama’s die je oppakken en je kilometers ver neerzetten van waar je met veel moeite naartoe was gekropen. )

Hij steekt zijn armen uit naar mama als ze voorbijkomt, maar als ze hem optilt en knuffelt, begint hij zich af te duwen als een hysterische straatkat. Ze probeert hem neer te zetten maar hij dan gaat hij helemaal stijf staan, zodat ze hem moet neerleggen, waar hij al helemaal woest van wordt. Als ze na een poosje nog eens komt kijken of hij al bedaard is, zit hij weer recht. Hij wijst naar de keuken en zeult ongeduldig aan mama's broek. Hij wil helemaal geen knuffel. Hij wil een lift. “Zeg makker, ga zelf maar”, zegt mama gekwetst. Voor het eerst heeft ze heimwee naar het fragiele baby’tje dat zich met alle macht vastzoog aan haar borst en alleen met haar naar bed wou.

Ondertussen heeft Jef Poppemie beet. Mama kijkt bezorgd rond of zijn zus het in de mot heeft. Ze komt al aangestormd. Jef kauwt nietsvermoedend op een linkervoetje.
Het volgende moment ligt hij languit op de grond, hij knippert met zijn ogen als een gek met een tic, (dat éne geluidloze moment voor hij beseft wat er net gebeurd is). Nu gaat hij brullen, denkt mama al.



* Als ik eerlijk ben moet ik zeggen dat hij schuift. Net zoals er mensen zijn die met tien vingers typen en mensen die het met twee doen, zijn er baby’s die kruipen en baby’s die op drie ledematen vooruitschuiven. Ik troost mij met de gedachte dat er Bookerprizewinnaars zijn die met twee vingers typen.

De commentaren zijn gesloten.