30
mrt

Een kind krijgen verandert stiekem dingen (2)


Een kind krijgen verandert stiekem dingen die je in je hormonenverzadigde zaligheid niet opmerkt en pas later in de mot krijgt. Als die blinde verliefdheid op het mummelend wezentje wat begint op te trekken, besef je dat niets nog hetzelfde is. Je dacht dat jullie hetzelfde verliefde koppel zouden blijven maar nu met een baby. Niets is minder waar.

Om te beginnen zijn jullie nu een mama en een papa, en in tegenstelling tot geliefden hebben die vaak recht tegenover elkaar staande standpunten. Mama zou de kleine nog wat de borst geven, bijvoorbeeld, maar papa zou hem nog wat laten wenen. Daar wordt mama zo kribbig van dat ze geen zin meer heeft in sex als de baby zichzelf ein-de-lijk in slaap gehuild heeft. Niet dat het er op andere avonden heel anders aan toe gaat. Als jullie sexleven een dier was, zou het op de lijst van bedreigde diersoorten staan, vlak onder de Madagaskar-scheenplaatschildpad: op het punt uit te sterven. Zijn habitat is verwoest door borstvoedings-BH’s en uitgeleurde onderbroeken. Slapeloze nachten en korzelige discussies over wiens schuld het is dat de baby niet slaapt, hebben het laatste poeltje romantiek drooggelegd.

Als jullie dan eindelijk dat weekendje uit zonder kinderen plannen, slaat jullie verbeelding op hol. Jullie zullen uitslapen, en daarna vrijen als wilde beesten. Jullie zullen een uur aan de ontbijttafel zitten – ongestoord!-, en hand in hand door de straten lopen. Jullie zullen interessante gesprekken voeren (en die afmaken), bij kaarslicht in intieme restaurants. Jullie zullen naar de film gaan.

Maar als het dan echt zo ver is, zijn jullie om 8u ‘s morgens al klaarwakker, wat veel te vroeg is om te sexen, dus gaan jullie eerst maar ontbijten. In de eetzaal van het hotel zitten jullie melancholisch te kijken naar andermans kinderen. Waarna jullie de fout maken naar huis te bellen om te laten weten dat jullie goed zijn aangekomen. Dan zijn er twee mogelijkheden: de kinderen missen jullie of de kinderen missen jullie niet. In beide gevallen leggen jullie de telefoon neer met een onaangenaam gevoel onder de ribben. Het interessante gesprek in het intieme restaurant gaat over de kinderen en als jullie daarna terug zijn op jullie kamer, is het glaasje wijn dat jullie gedronken hebben zo hard tekeer gegaan in jullie van alcohol verstoken lichaam, dat de sex meer een verplicht nummer is dan die beestige sex waar jullie van gedroomd hadden. Waarna jullie, hand in hand, in een weldoende slaap wegzinken.

27
mrt

Avondritueel

Een paar maanden geleden heeft Ona van haar peter een boek van Toon Tellegen gekregen. Het is nog moeilijk voor haar, maar omdat ik het zelf zo grappig vind, lees ik er toch vaak uit voor. We lezen dan telkens hetzelfde verhaal. Een verhaal over een eekhoorn die midden in de nacht wakker wordt van een geluid aan zijn deur.  Het is Ona’s enige boek zonder prenten. En het enige boek waarbij ze niet ongeduldig de bladzijden in mijn plaats omslaat. Ik stel me voor dat het verhaal voor haar een soort onverstaanbaar gedicht is waarin ze steeds meer ankerpunten vindt. Eilanden in het verhaal die ze begrijpt en die naar elkaar toegroeien.

Ona staat op het ritueel. Ik laat me regisseren. We moeten beiden aan het hoofdeind van haar bed zitten. Zij moet nog wat met haar poep schuifelen voor zij goed zit en mij kan aangeven waar precies mijn plekje is. “Kom hier zitten mama. Nee, meer naar hier. Zeg! Je duwt me plat...” Als we dan eindelijk goed zitten, Ona in mijn oksel en het boek open op altijd datzelfde eerste verhaal van de bundel, dan vraag ik haar: zullen we beginnen? Ze knikt tuttend ja en ik steek van wal, op het tempo van een oude veerpont. Woord voor woord, wandelen we door de tekst als door een kamer waarin je alle dingen kent maar toch opnieuw bekijkt. Mijn dochter en ik, wij rekken de tijd.

24
mrt

Een kind krijgen verandert stiekem dingen

Een kind krijgen verandert stiekem dingen die je in je hormonenverzadigde zaligheid niet opmerkt en pas veel later in de mot krijgt. Eerst was je iemand, en nu ben je plots de moeder van iemand. Ik kreeg pas door wat dat betekent toen ik naar de babymassage begon te gaan. Ona was toen 1 maand oud. Ik zat nog in de piek van de symbiose met mijn eerstgeborene. Ze was dan wel uit mijn buik gekomen, maar ze hing bijna altijd aan me. Ik vond het zelfs spijtig om haar in de wieg te leggen als ze sliep.

Babymassage is, ondanks de misleidende naam, groepstherapie voor jonge moeders. Sommige baby’s laten zich gelukzalig doen, andere lijken er niets te van te merken en slapen door de hele massagesessie, welke trucjes mama ook probeert om haar kleintje tot bewustzijn te dwingen. Maar er zijn er ook baby’s die een uur lang proberen te ontsnappen aan de massageolieklieder en het gekneed en geaai. Wie nog niet goed genoeg te been is om aan mama’s pollen te ontkomen, blijft hardnekkig brullen tot mama de moed laat zakken en de kleine aan de borst legt. Er wordt daar door de band meer geborstvoed dan gemasseerd. Wat ik bedoelde: dat de massageles niet voor de kinderen wordt georganiseerd.

In die massagesessies, waarin ik voor het eerst het gevoel kreeg dat er leven was buiten ons nieuwe nest, en daar ook weer zin in kreeg, merkte ik iets vreemds op. Alhoewel ik uitkeek naar de wekelijkse samenkomst om ongeremd al die frustraties te kunnen lossen die zelfs mijn man (toch ook pas vader) niet begreep, alhoewel deze moeders in recordtempo hartsvriendinnen werden waaraan ik alles durfde vertellen, kende ik hun naam niet. Ik kende hen en zij mij als “de moeder van”.

Daar is sindsdien niet zoveel aan veranderd. Ik maak nu deel uit van een groot netwerk van moeders en vaders van, die mij ongetwijfeld als Ingrid (Ona) in hun gsm hebben staan. We kennen elkaars kinderen van toen ze nog zooooo klein waren, we weten hoe lang de bevallingen geduurd hebben, over welke kinderdagverblijven ze getwijfeld hebben, de homeopaten die ze raadplegen en de strategieën de ze gebruiken om de kinderen te doen eten/slapen. Maar als we al iets weten over elkaars beroepsleven, passies en vorige levens dan is dat geheel toevallig en zijn onze oververzadigde breinen dat alweer vergeten.

Ach. Het geeft niet als één van de jonge ouders waar ik al uren mijn hart tegen gelucht heb, zich mijn naam niet herinnert, of denkt dat ik Duitse ben. We nemen zulke dingen niet persoonlijk op en doen lachend tegen elkaar alsof we binnen een jaar of twee ons oude leventje weer zullen recupereren.

22
mrt

Ona maakt plannen

Als ik Ona ga halen in de crèche, komt ze al roepend op mij toegelopen. “Marc komt bij ons spelen!” Marc voegt zich lachend bij Ona en zegt tegen de juf: “Ik ga bij Ona spelen!” Dat hebben ze mooi geregeld, die twee. Ik zeg hen dat ze Marc niet zomaar mee naar huis kunnen nemen, dat ze zijn mama moeten vragen of dat wel kan. Vandaag dus niet, misschien een andere dag. Maar de twee hartsvrienden horen niets van wat ik zeg. Ze springen op en neer en roepen “wij willen pannekoeken*!”.
Op dat moment komt Marcs moeder de speelplaats van de crèche opgestapt. Ik lach verontschuldigend naar haar om duidelijk te maken dat ik het niet ben die haar zoon vanalles beloofd heeft. “Ze hebben plannen gemaakt.”

We zijn in het tijdperk van de vriendjes en vriendinnetjes beland. Ze vallen sneller in en uit de gratie dan de onderdanen van de Queen of Hearts**, maar de wereld draait om hen. Het grootste compliment dat je tegenwoordig van Ona kan krijgen, is te horen dat je haar vriendin bent. (Mama heeft die eer niet, mama hoort thuis in een categorie die een beetje lijkt op die van de dingen die er altijd zijn, bij de hand en nodig, type ijskast, bed, ...) “Marc is mijn vriend. Jef is mijn vriend” (betekent véél meer dan: “Jef is mijn broertje.”) “De pony die Artiest heet***, is mijn vriend. Margarita de koe is mijn vriendin****.” Het is een lofzang in éen woord samengebald.

Vooraan in de vriendenrangschikking staat Marc, een wakkere jongeman die meer dan opgewassen is tegen onze flamboyante dochter (je voelt me aankomen). Waar Marc gaat, wil Ona gaan, en vice versa. Wat Marc doet, wil Ona doen, en vice versa. Wat Marc heeft, wil Ona hebben, en vice versa. En hier zijn we terechtgekomen bij die flinterdunne grens tussen haat en liefde. Een lieflijk tafereel kan plots omslaan in een drama. Want als er iets heiliger is dan alles, heiliger zelfs dan een Vriend, dan is het wel Poppemie. En uiteraard wil Marc met Poppemie spelen, en niet met al die andere poppen die Ona heeft. En als Ona Poppemie niet geeft, dan rukt hij de pop wel uit haar handen en loopt dan snel zo mogelijk weg. En wat dan volgt: wederzijds gestamp, getrek en gestoot,  en trommelvliesperforerend gekrijs.

Wij, theedrinkende moeders, staan dan maar weer op om de vechtende aartsvijanden uit elkaar te halen.
 
*Sinds ik pannekoeken gemaakt heb voor een vriendinnetje dat we op bezoek hadden, hoort pannekoeken bij komen spelen. Ona nodigt al haar vriendjes uit om pannekoeken te eten bij ons thuis. 
**”Off with her head!”, Alice in Wonderland
*** Echt waar
**** Dat ook

17
mrt

Onbezorgde moeder

Ik ben een onbezorgde moeder. Als ik Jef van de crèche haal met de tandafdrukken van een ander kind op zijn wang, vraag ik zelfs niet wie hem gebeten heeft. Dat zouden die mama’s van sommige van de Italiaanse kinderen die ik op de lagere school in de klas had, wel anders gedaan hebben. Die verschenen op de speelplaats, (potige vrouwmensen met een snor en spierballen van het deeg te kneden) in vuur en vlam over het onrecht dat jij hun dochter had aangedaan. Voor je het wist hadden ze je bij je haren en sleepten ze je naar het respectievelijke kreng om je excuses aan te bieden en op het hoofd van je moeder te zweren dat je het nooit meer zou doen. Als zo’n woeste ma de schoolpoort binnen kwam stormen, deed je ‘t in je broek, zelfs al had je helemaal niets gedaan. Want je wist dat je er alleen voor stond. Want jij had natuurlijk van die onverstoorbare ouders (type mezelf) die eerst vroegen of jij iets misgedaan had. Die hoogstens eens gingen praten met de directie na de schooluren. (Wat een vergissing!!! Alsof de directie aan jouw kant stond!)

Jef kruipt (2)

Tot voor kort waren de ergste verwondingen die Jef opliep die paar onhandige krassen op zijn wangen als mama weer te veel dagen zijn nagels niet geknipt had. Maar sinds hij kruipt, is hij razendsnel kennis aan het maken met de harde realiteit. In een paar dagen tijd is hij van het bed getuimeld terwijl zijn vader naar een body zocht, met zijn wenkbrouw tegen een plint aangesmakt na een slippartij op de natte badkamervloer toen hij zijn badende zus ging bezoeken, op zijn kin gevallen bij een zoveelste poging de trap op te klimmen, en zonder duidelijke aanleiding plat op de grond gevallen zodat hij zijn lip heeft opengebeten. De baby zit vol bulten en blauwe plekken. Mama vreest dat ze één van dees een maatschappelijk assistent over de vloer zal krijgen.

Veel erger dan al die ongelukken zijn de reacties die zijn valpartijen uitlokken. Waar mama een paar weken geleden bezorgd toegesneld kwam, komt zij nu op haar gemak eens kijken. “Allé Jef, wat doet ge nu?!” of  “Jefke toch, de vloer is nat hier, dat is gevaarlijk.” Sinds de baby zich autonoom voortbeweegt en vol van zichzelf de Vasco da Gama uithangt, lijken al die gevaren waar mama hem angstig voor beschermde, nu ineens zijn eigen schuld. 

Heeft iemand het manneke misschien een handleiding meegegeven voor het zich verplaatsen in de materiele wereld? (Iets dat hoog is, is iets waar je van naar beneden kan vallen. Dat soort zaken.) Heeft het ventje een spoedcursus fysica gekregen waardoor hij nu kan begrijpen wat het effect is van water op tegels? Of is moeder een beetje nijdig omdat haar prinsje niet meer bij haar op de schoot wil?

16
mrt

Jef kruipt

Jef kruipt* en plots is alles anders. Jefke is niet langer dat knuffelig koalabeertje dat zijn pootjes rond mama’s armen slaat en open-mondkussen op haar wang en neus duwt. Hij wil niet meer bij haar op de schoot. De kleine verrader heeft plots in de gaten gekregen dat hij nu op eigen kracht kan geraken waar hij zelf naartoe wil gaan en wil nu alles zelf doen. Een beetje voorbarig vindt mama, die zijn gestuntel meewarig van op een afstandje in het oog houdt. Als ze op armafstand van hem komt, duwt hij haar ongeduldig weg. Jef wil geen tut (tutten zijn voor slapers), Jef wil geen gepotel aan zijn lijf, Jef wil zelf de lepel vasthouden en de pap in zijn ogen en oren smeren. Hij geniet van zijn nog zo recente vrijheid. Het ene moment zit hij aan de schoenen bij de voordeur, en het volgende hoor je het kabaal van de kookpotten die hij in de keuken uit de kast sleept.

(Het leven van een kruipende baby zit vol verrassingen. Koekjes onder de zetel, tubes die opengaan en waar iets zacht en wit uitkomt dat whaaa smaakt (uitspuwen!!!), deuren die omgekeerd opengaan en op je hoofd vallen, lepels waar geen eten in zit, bewegende knuffels die vreselijk grappig zijn tot ze bijten en uit het niets opduikende mama’s die je oppakken en je kilometers ver neerzetten van waar je met veel moeite naartoe was gekropen. )

Hij steekt zijn armen uit naar mama als ze voorbijkomt, maar als ze hem optilt en knuffelt, begint hij zich af te duwen als een hysterische straatkat. Ze probeert hem neer te zetten maar hij dan gaat hij helemaal stijf staan, zodat ze hem moet neerleggen, waar hij al helemaal woest van wordt. Als ze na een poosje nog eens komt kijken of hij al bedaard is, zit hij weer recht. Hij wijst naar de keuken en zeult ongeduldig aan mama's broek. Hij wil helemaal geen knuffel. Hij wil een lift. “Zeg makker, ga zelf maar”, zegt mama gekwetst. Voor het eerst heeft ze heimwee naar het fragiele baby’tje dat zich met alle macht vastzoog aan haar borst en alleen met haar naar bed wou.

Ondertussen heeft Jef Poppemie beet. Mama kijkt bezorgd rond of zijn zus het in de mot heeft. Ze komt al aangestormd. Jef kauwt nietsvermoedend op een linkervoetje.
Het volgende moment ligt hij languit op de grond, hij knippert met zijn ogen als een gek met een tic, (dat éne geluidloze moment voor hij beseft wat er net gebeurd is). Nu gaat hij brullen, denkt mama al.



* Als ik eerlijk ben moet ik zeggen dat hij schuift. Net zoals er mensen zijn die met tien vingers typen en mensen die het met twee doen, zijn er baby’s die kruipen en baby’s die op drie ledematen vooruitschuiven. Ik troost mij met de gedachte dat er Bookerprizewinnaars zijn die met twee vingers typen.

15
mrt

The Bilingual Family Newsletter

Spijtig genoeg te laat ontdekt, want ondertussen opgedoekt, maar heel leesbare info voor families zoals wijzelf die proberen hun kinderen meer dan één taal mee te geven:

http://www.bilingualfamilynewsletter.com/archives.php

14
mrt

Guerillaoorlog

Sinds Ona groot genoeg is om haar bord over de rand van de tafel te stoten, voert ze op haar eentje een guerrillaoorlog die het Terreurbewind (Papa en Mama) heeft afgepeigerd, zware interne onenigheid gezaaid en de ouderlijke macht gevaarlijk aan het wankelen heeft gebracht. Het Terreurbewind dicteert de wet nochtans met ijzeren hand. “Wie niet eet gaat in bed” (zonder dessert, zonder Dora, en zonder een verhaaltje voor het slapengaan). Jarenlange consistentie heeft van Ona een kind gemaakt dat alles eet en op voorbeeldige wijze, zolang we het hebben over buitenshuis eten (restaurants, bij vriendjes thuis en op school). Thuis gaat de strijd voort en legt ze meer resistentie aan de dag dan een ziekenhuisbacterie. (Ik vrees dat mama en papa na zoveel koppigheid een koekje van eigen deeg geserveerd krijgen.)   
Onze twee-en-een-half-jarige wisselt vaker van strategie dan de doorsnee 6-jarige van hello kitty outfit*. Ik noem er maar een paar:
-Precisiebombardementen: warme soep in de décolleté van mama, natte courgette op de mat,  cous-cousregen over het wasrek met de propere was. Zeer efficient als mama een zware dag heeft gehad op het werk.
-Tergende traagheid: een soort van Chinese marteling waarbij het erom gaat zo traag mogelijk te eten opdat het Terreurbewind langzaam maar zeker die gezellige rest van de avond weg ziet tikken. Geweldige tactiek om mama en papa aan het kibbelen te krijgen.
-Kauwgomtactiek: tot twee uur toe kauwen van dezelfde hap kip, en als het Terreurbewind over durft te gaan tot dreigementen, opzichtig kokhalzen met het platgekauwde hapje op de lippen. Absolute winner als er grootouders in de buurt zijn.
-Buikpijn (juist, die oude klassieker)
-On/Off: zeggen dat ze niet meer wil eten, maar als je haar slabbetje uitdoet hartverscheurend beginnen te roepen dat ze wil eten, zodat al je buren weten dat je je eigen vlees en bloed naar bed stuurt met een lege maag. Als je haar terug naar de tafel brengt weer heel rustig zeggen dat ze niet wil eten, enzovoort totdat iedereen totaal overstuur naar bed gaat.
-Last but not least, ik noem deze De Andere Wang: zeggen dat ze niet meer wil eten, dat ze wil gaan slapen, en als ze ’s morgens bij het ontbijt hetzelfde bord voorgeschoteld krijgt, het goedgemutst opeten. Meesterlijk! Tegen zo’n overwicht is zelfs het Terreurbewind niet opgewassen.
En als mama dan, met het gebruikelijk schuldgevoel, op haar oude pantoffels de donkere kamer binnensluipt en een kusje geeft aan het totaal in dromen verzonken schatje, zegt het in haar slaap: “ik wil Smarties”.

Wie kan daar tegen op?


*Heeft dat in België ook zo’n succes? Een poes met een dikke kop, for god’s sake. Klinkt hier trouwens als een arabisch scheldwoord: “chellow kietie”.

10
mrt

Jane Fonda

Ik wil zijn zoals Jane Fonda: op mijn veertigste wil ik er 30 uitzien en op mijn vijftigste 35. Om dat te bereiken houd ik al jaren een strak trainingsschema aan (step en cycling, buikspiersessies en meer van dat). Ik was goed op weg maar ik moet toegeven dat twee zwangerschappen lelijk huisgehouden hebben. De toekomstperspectieven zijn niet meer wat ze waren.
Wat niet wil zeggen dat ik me laat kennen. Ik ben een moderne vrouw en ik kan tegelijk een toegewijde moeder zijn, een carrièrevrouw én een babe. (Mental note: later wil ik ook een keukenprinses zijn en evengoed koken als mijn schoonmoeder.) Daarom ga ik twee keer per week naar de plaatselijke fitness en probeer zo goed mogelijk op te gaan in de veerkrachtige menigte. Al zijn er details die mij verraden:
-Overdreven organisatie: in mijn sportzak zitten: shampoo, douchegel, conditioner, deo, bodymelk, een borstel, twee elastiekjes, een reservepaar sokken, zakdoekjes, water en een banaan voor als ik honger krijg. (Sinds ik kinderen heb, is één hersenkwab voltijds bezig met het voorzien van praktische zaken.)
-Overdreven enthousiasme: sporten is geen verplicht nummertje, sporten is losbreken uit de dagelijkse ontbijt-werken-vieruurtje-speeltuin-avondeten-bad-opruimen-voorlezen-ineenzinken-routine . Sporten is TIJD VOOR MEZELF. Ik heb zoveel in te halen dat ik af en toe mijn zelfcontrole verlies en met Flashdance-achtige energie begin te springen van opwinding (tijden de steples bijvoorbeeld). Heel uncool.
-Ongepaste communicatiedrift: mijn medecyclers en –steppers zijn niet geïnteresseerd in mijn naam (dat merk ik aan hun glazige blik, mijn uitgestoken hand blijft eenzaam in de lucht steken en keert vergeefs terug naar de thuisbasis). Als ik een tweede poging doe en me nog maar in hun richting begeef, beginnen ze druk aan hun hartslagmeter te sjorren alsof hun leven ervan afhangt.
En als ik dan lig te zweten als een varken na een half uur steppen, en een kwartier gewichten tillen, zie ik al die fitte exemplaren naar me gluren en denken: die van de beenverwarmers laat het al afweten.