04
apr

Positieve ingesteldheid

Ik maak mezelf elke dag klaar voor de spiegel en toch kijk ik dan zo goed als nooit naar mezelf. Ik heb daar ‘s morgens simpelweg geen tijd voor. Getuige daarvan zijn de keren dat ik met tandpastavlekken op (bij voorkeur zwarte) truitjes of pieken in het haar op de trein stap. Ik merk dat soort dingen vaak pas op als ik een sanitaire stop inlas op het werk. Als iedereen behalve ikzelf het wel al gezien heeft, dus.

Als ik mijn handen dan sta te wassen op dat toilet, dan vind ik vaak dat ik er niet erg fris uitzie. Mijn haar zit niet goed, ik zie er moe uit, de kleur van het hemd dat ik die dag aanheb, staat mij niet goed,... Allerlei gedachten flitsen door mijn hoofd op dat moment van stille meditatie, maar nooit dat het de sporen zijn van fysiek verval die zich aftekenen op het gezicht van mijn tegenhangster. In mijn hoofd ben ik immers een eeuwige twintiger: wat slaphangt komt met een beetje sport zo goed, de kilootjes extra zijn er tegen de zomer weer af, kleren die niet meer passen zijn vast gekrompen in de was of uitgeleurd. De gedachte dat ik er op 38 niet zo goed uitzie en niet meer zo goed uit zal zien als op mijn, pakweg 28-ste, overkomt me gewoon niet. Als ik dan jonge mensen voorbij zie paraderen, dan denk ik, o, zo’n kapsel wil ik ook wel, of wat een leuke rok heeft die aan, alsof ik in die rok ook zo’n schattig poepje zou hebben.

Niet dat ik geloof dat ik bijzonder knap of aantrekkelijk ben. Maar voor de Ingrid die in de spiegel kijkt, lijkt er zoveel minder tijd voorbijgegaan te zijn dan voor de Ingrid die ze ziet.

De commentaren zijn gesloten.