27
apr

Een belangrijke gast

Vandaag kregen we officieel bezoek. Vanaf 11u moesten we op onze plaats zijn en blijven tot de minister het gebouw weer verlaten had. Alle bureau’s moesten opgeruimd worden, overtollig papier weggestopt, want daar houdt hij niet van. Terwijl wij op onze stoel geplakt zaten, struinden departementshoofden zenuwachtig rond, hun hoofd telkens wegrukkend naar onverwachte geluiden die de belangrijke gast en zijn gevolg konden aankondigen.
Toen een gestaag aanzwellend geroezemoes definitief de minister aankondigde, stonden we spontaan op voor de delegatie stijve harken in slechzittende maatpakken (uitpuilende buiken, uitgezakte konten in scheefgezakte pilaren van lijven met vale visseogen). Het gezelschap werd afgesloten door een sleep anorexieke protocoldames en slaperige kabinetsmedewerkers.
En dan volgde een dwaze uitwisseling van onbenullige vragen, en onderling ge-emmer tussen de leden van de delegatie over de thema’s die wij in ons team aanpakken. Ondertussen vroegen mijn collega’s zich af waar ze hun handen moesten steken (gekruiste armen? op de rug? in de zij?). Ons departementshoofd deed een paar heldhaftige pogingen om een gesprek op gang te brengen, maar opeens was onze Gast alweer afscheid aan het nemen.
En zo stonden we daar dan uit te zwaaien, netjes op een rij, als waren we zijn onderdanen. Vanbuiten lachten we onze witste glimlach maar vanbinnen schrompelen onze vrolijke harten weg bij de muffe geur van zoveel oud kostuum.

26
apr

Recht op smeerlapperij

Je kan mij wel eens horen klagen over mijn snelle middagmalen. Het zijn eigenlijk geen maaltijden. Ik eet iets op weg van het werk naar de trein. Een chocoladereep, koekjes, een snelle hap om de maag te vullen bij gebrek aan gelegenheid om rustig neer te zitten en middag te eten. Als mensen mij dan vragen wat ik ‘s middags eet, dan vertel ik met opgetrokken schouders dat ik weinig keuze heb als ik om vier uur bij de kinderen wil zijn.
Dik gelogen.
Ik ben gewoon gek op Twix, Snickers, M&Ms, chocoprince, ... op alles wat kraakt tussen de tanden en waar chocolade in zit. Ik sla met plezier een maaltijd over om één van die massageproduceerde smeerlapperijen achter de kiezen te slaan.
Deze middag ben ik met de auto terug gekomen van het werk. Halverwege de autostrade gestopt bij een benzinestation. Mmmmmikado’s gekocht. Die kettingrokersgewijs in de mond gestopt, het hele pak zonder stoppen, vrolijk hoofdschuddend op het ritme van iCat fm (http://www.icatfm.cat/, het Studio Brussel van hier) dat zo luid stond dat ik bijna een kwartier 110 gereden heb in vierde zonder het door te hebben. Daar kikkert een mens van op.

Om maar te zeggen dat ook moeders van twee totaal onvolwassen gedrag vertonen. Uiteraard.

26 april 2011

Een aftandse trein schokt ons naar Barcelona. Mijn schriftje moet eraan geloven. Ik probeer leesbaar te schrijven maar trek lange hanepoten over de nette bladzijden. Het hardnekkige, brute geschok doet me denken aan die keren dat Jef weer eens de rebel uithangt rond bedtijd en ik hem (ten einde raad) zo hard “wieg” dat alle weerstand onmogelijk wordt en hij de strijd ten lange leste opgeeft. Ik lig niet in een paar zachte armen. Mijn hoofd bonst tegen het raamkozijn en mijn rug slaat tegen de voorgevormde (anti-vormen!) rugleuning. Maar het effect is hetzelfde, ik leg mijn schriftje neer en laat me met gesloten ogen naar de hoofdstad schudden. 
Welkom in een nieuwe werkweek.

06
apr

Zwemles

Afgelopen zaterdag is Ona voor het eerst naar de zwemles gegaan. Dat is niet zonder slag of stoot gegaan. Afgelopen zomer kon je Ona op geen enkele manier in het water krijgen. Pootje baden of rondhangen in de buurt van de trap van het zwembad, was het verste dat ze wou gaan. Als rechtgeaarde ouders gaven we onszelf de schuld. Toen ze nog maar drie maanden oud was, begonnen we met haar naar zwemklasjes te gaan voor baby’s, dat soort toestanden waarbij ze baby’s in het water laten vallen en onderspatten. Maar na een paar keer was de nieuwigheid er wat van af, en begon onze regelmaat te haperen. Om half 11 in het zwembad zijn op zaterdagochtend, is stresserend. Om een lang verhaal kort te maken: we hadden het laten afweten en onze dochters zwemcarrière laten slabakken.

Een paar maand geleden besloot ik wekelijks met Ona naar het zwembad te gaan en zo twee vliegen in één klap te slaan: quality time doorbrengen met mijn door jaloezie geplaagde dochter, en de watervrees overwinnen tegen de zomer. De eerste keren stelden mijn geduld op de proef. We werden omringd door horden kleinere  kinderen die roekeloos het water in sprongen, kopje onder gingen en van de ene kant van het zwembad naar de andere trappelden, maar Ona zat huilend op de kant. Als ik haar het water in probeerde te trekken (spelend, hm) begon ze zó hard te brullen dat alle ogen zich op ons richtten. Zoiets werkt op een moeders eergevoel. Waarop ik probeerde te bewijzen dat mijn dochter geen verwende schrikscheet was. Nefast. Krijsend kind. Dreigementen sissende moeder. Quality time kreeg zo een heel nieuwe invulling.

Maar toen we allebei over de teleurstelling* heen waren, ging het ineens veel beter. Ze hing niet langer een uur lang krampachtig vastgeklemd aan mijn zwempak. Ze sprong zowaar in het water en wou zelfs geen hulp meer. Tijd om naar de zwemles te gaan, vond ik. Zonder mama deze keer, met kinderen en een monitor die ze niet kende.

En toen stond ik daar, achter het dikke glas van de cafetaria, te kijken naar mijn brullende dochter. Ik had haar weer eens voor de leeuwen gegooid. Trappelend, spartelend, zich verslikkend in het water dat ze binnenhapte. MAMA! IK WIL NIET! IK WIL NIET! IK WIL MIJN MAMA!! Rond mij commentaren van andere ouders. Na een kwartier protesteerde mijn combatieve dochter al wat minder, maar haar schokkende schoudertjes stelden mij zwaar op de proef. Ik kon niet wachten tot die stomme zwemles voorbij was en ik haar in de kleedkamers kon gaan afhalen. Met kusjes, knuffels, felicitaties en een lolly.

Onnozele combinatie: een trotse moeder met schuldgevoelens.

*Ona had ontdekt dat onze quality time een dekmantel was voor wat mama echt wilde: dat zij zwom. Mama moest verteren dat Ona niet bereid was flink te zijn om mama’s eergevoel te herstellen.

04
apr

Positieve ingesteldheid

Ik maak mezelf elke dag klaar voor de spiegel en toch kijk ik dan zo goed als nooit naar mezelf. Ik heb daar ‘s morgens simpelweg geen tijd voor. Getuige daarvan zijn de keren dat ik met tandpastavlekken op (bij voorkeur zwarte) truitjes of pieken in het haar op de trein stap. Ik merk dat soort dingen vaak pas op als ik een sanitaire stop inlas op het werk. Als iedereen behalve ikzelf het wel al gezien heeft, dus.

Als ik mijn handen dan sta te wassen op dat toilet, dan vind ik vaak dat ik er niet erg fris uitzie. Mijn haar zit niet goed, ik zie er moe uit, de kleur van het hemd dat ik die dag aanheb, staat mij niet goed,... Allerlei gedachten flitsen door mijn hoofd op dat moment van stille meditatie, maar nooit dat het de sporen zijn van fysiek verval die zich aftekenen op het gezicht van mijn tegenhangster. In mijn hoofd ben ik immers een eeuwige twintiger: wat slaphangt komt met een beetje sport zo goed, de kilootjes extra zijn er tegen de zomer weer af, kleren die niet meer passen zijn vast gekrompen in de was of uitgeleurd. De gedachte dat ik er op 38 niet zo goed uitzie en niet meer zo goed uit zal zien als op mijn, pakweg 28-ste, overkomt me gewoon niet. Als ik dan jonge mensen voorbij zie paraderen, dan denk ik, o, zo’n kapsel wil ik ook wel, of wat een leuke rok heeft die aan, alsof ik in die rok ook zo’n schattig poepje zou hebben.

Niet dat ik geloof dat ik bijzonder knap of aantrekkelijk ben. Maar voor de Ingrid die in de spiegel kijkt, lijkt er zoveel minder tijd voorbijgegaan te zijn dan voor de Ingrid die ze ziet.

02
apr

De obligate schildpad

Gisterennamiddag zaten we gezellig op het terras van mijn schoonouders te genieten van de eerste zomerse dag, toen de buurvrouw over het muurtje kwam kijken. Kijk eens wat ik hier heb, voor de kinderen. Een schildpadje, misschien 4cm doorsnee. (De buren hebben een vijver en een kolonie vruchtbare schildpadden, blijkt.) We besloten het diertje op ons terras te houden tot Ona opstond van haar middagdutje.
Het moeten de hormonen geweest zijn die die eerste warme lentedag door mijn lijf deed racen, of misschien was het wel een onvervulde meisjeswens die op een moment van totale ontspanning van mijn lippen sprong. Het geval is dat ik maar een minuut of tien nodig had van het aandoenlijk rondscharrelend wezentje, om te beslissen dat we het diertje zouden adopteren. Mijn schoonvader keek me verbaasd aan, maar ik was te blij met mijn eigen beslissing om er even bij stil te staan. Ona was dolgelukkig met haar schildpadje. Ze liet de kartonnen doos waarin we het voorlopig hadden ondergebracht geen moment los en tijdens de autorit naar huis moest die naast haar staan.
Thuis gingen we een bak halen voor het nieuwe huisdier. Tweede fout: ik liet Ona kiezen. Een echte beginnersfout. Ona koos het kitscherige schildpaddenparadijs ("Turtleland") met zwembadje, fakestrandje en twee palmbomen, 20€. Ik zat echter nog voor 100% in mijn schildpaddenroes. Ona en ik trokken opgetogen naar huis waar we onze nieuwe huisgenoot in zijn/haar nieuwe luxeflat zetten. De reactie was nogal aan de lauwe kant. Geen opgetogen gezwem, geen vrolijke groet vanop het strand. Het diertje ging achter één van de rivierstenen zitten die we op de bodem hadden gelegd. Het kwam zelfs niet eens ruiken aan de garnaaltjes die we bij wijze van welkomstgeschenk onder één van de palmbomen hadden klaargelegd. Vonden we een beetje ondankbaar. Ona ging weer met Poppemie rondrijden. Ik ging eens zoeken op internet wat schildpadden eigenlijk nodig hebben.

Twee minuten later was ik al van mijn naïeve wolkje gedonderd. Volgens verschillende websites:
-overleven waterschildpadden binnen niet zonder UV-lamp en filtersysteem voor het water,
-krijgen ze heel gemakkelijk longontsteking, en dan mag je het wel vergeten,
-stinken ze,
-kunnen ze allerlei vieze bacteriën en wormen op de mens overdragen,
-kunnen de volwassen exemplaren lelijk bijten.

Wat heeft mij in hemelsnaam bezield? Ik, die bovendien geen kooien kan zien, die nog steeds droevig word als ik denk aan de hamster die in mijn handen stierf van teveel stress (het spelen was nochtans goedbedoeld). Ik kan niet eens de schuld geven aan mijn kinderen. Voor Jef hoef ik het niet te doen, hij wordt even enthousiast van een rollende druif. En Ona lag nietsvermoedend te slapen toen ik besloot het reptiel bij ons te huisvesten.

Het ergste van al is, dat ik vreselijk bezorgd ben. Ik heb het dier opgesloten, nu ben ik er verantwoordelijk voor. Ik kan het niet in de rivier zetten. Als het doodgaat is het mijn schuld. Ik zit de hele dag in de bak te turen. Verda (Groene, zoals Ona hem/haar gedoopt heeft) eet niet en komt nooit uit het water. Ze zwemt een beetje maar niet erg veel. Ik heb een filtersysteem gehaald en twijfel over de uv-lamp. Gisteren ben ik op stap gegaan met een paar vriendinnen en heb de halve avond gepraat over de schildpad. Wij hadden die als kinderen ook, lachten ze, die gaan dood. 

Vreselijk.