17
mei

08:13 in Palautordera


08:13 zegt de klok op het instrumentenbord net voor ik de deur dichtsla en afsluit. Het gaat warm worden vandaag, de ochtendzon is nu al warm op de huid. De bus die van het dorp komt, loopt leeg: een onregelmatige rij slaapwandelaars. Ze lopen naar de mond van de tunnel die onder het spoor duikt naar het perron waar de trein naar Barcelona stopt. Aan de ingang, op de grond, zit een man op zijn tas. Hij is helemaal in het zwart gekleed. Hij verbergt zijn gezicht in de kraag van zijn jas. Enkel een donkere mop juttig haar is te zien. (Zou ik hem kennen? Iemand van hier, die de overwinning van Barça wat te uitbundig gevierd heeft?) Zijn voeten vallen mij op. Bloot, bovenop de sandalen, vuil alsof hij blootsvoets door de modder gestapt heeft. De tunnel is amper een jaar oud, maar rondslingerend vuil en urine-geur hebben zich allang meester gemaakt van deze doorgang, een bunker uit de WOII is er niets tegen.  Als ik weer bovenkom zie ik hem nog steeds zitten aan de overkant. Zijn hoofd schuift naar boven en even zie ik een streep van zijn gezicht. Maar als hij in de gaten krijgt dat ik sta te kijken, krimpt hij razendsnel ineen. Zoals onze schildpad, als Jef met zijn brute kracht weer eens tegen het aquarium slaat.

De commentaren zijn gesloten.