30
mei

Half thuis

’s Middags zitten werken in het kantoor in Barcelona en ‘s avonds aan de feestdis zitten in Vilvoorde met de hele familie. Daar is tegenwoordig helemaal niets vreemd aan. Maar ik herinner me de tijd nog dat ik met mijn ouders naar de familie in Catalonië ging: uren achter in de auto, een discreet dingetje maar creatief omgetoverd tot rijdend bed-annex speelruimte (in die tijd konden kinderen nog onbezorgd op de achterbank rondspringen). Na een paar uur waren we de spelletjes die we meehadden al beu en begonnen we (ik en mijn zus) elkaar op de zenuwen te werken. Een uitbrander van mijn vader bekoelde de verhitte gemoederen. En dan bleven er nog ontelbare uren over. Frankrijk was eindeloos lang. We werden slaperig en kleverig van de warmte (dat was immers ook de tijd vóór de airco). Ik lag op mijn rug met mijn voeten tegen het raam, met mijn voeten tegen de hoofdsteun van de voorste zetels (Hou op met tegen de zetel te duwen, Ingrid!), op de hoedenplank, maar raakte elke positie na vijf minuten al beu. 

In die tijd besefte je nog hoe ver Barcelona van Limburg ligt. Mijn grootmoeder riep door de telefoon zodat wij haar zouden horen in het verre België. De appelsienen waren 100 keer lekkerder, en mijn nichten in Sabadell hadden nog niet hetzelfde (IKEA-)meubilair als ik in Brussel. Tegenwoordig lijkt het alsof we allemaal in hetzelfde dorp wonen. In de supermarkt in mijn dorp verkopen ze Côte d’Or. Om maar iets te zeggen.

Maar mijn lichaam heeft moeite met die sprongen door de ruimte. Soms lijkt het alsof mijn boordcomputer de nieuwe positie nog niet herkend heeft. Dan denk ik verrast “Hé! Een Belgische nummerplaat” in het midden van Brussel. Soms overkomt mij de gedachte op de koffie te gaan bij iemand die 1500 km ver woont, totdat ik besef dat ik alweer thuis ben, dat is te zeggen, waar nu mijn thuis is. Het hoeft voor mij allemaal zo modern niet. Ik hou wel van mijn trage brein dat een dag nadat het vliegtuig geland is, nog steeds terug is aan het komen. Ik weet wel dat de wereld een zakdoek groot is en dat we daarop als vlooien heen en weer bonzen, maar 1500 km blijven 1500 km tussen wat mij lief is hier en wat mij lief is daar.

De commentaren zijn gesloten.