27
jun

De laatste keer dat ik met mijn dochter spreek over mijn leeftijd


Ona vertelt je tegenwoordig telkens weer hou oud ze is, “tres anys”, en daarbij steekt ze drie flinke vingers in de lucht. Hoeveel jaar haar oude taart van een moeder is, daar had ze nog niet bij stilgestaan. Tot ik een paar dagen geleden, in een nogal ongelukkige poging tot moeder-dochtermoment, vroeg of ze wist hoe oud ik was. Vond ze wel een grappige vraag.
“Weet je ‘t?”
Hoofdje scheef als een ongeduldig vogeltje.
“Wil je weten hoe oud mama is?”
Knikt.
“Ne-gen-en-der-tig”
Duidelijk een stom antwoord. Ze kijkt me nog steeds afwachtend aan. Ik begin al door te krijgen wat een slecht idee ik net gehad heb. Ik probeer dan maar in vingers (nu kan ik niet meer terug). “Weet je hoeveel dat is negenendertig? Dat is tien (tien vingers in de lucht), en nog eens tien (nog eens tien in de lucht), nog eens tien en negen (één pinkje teruggeplooid).” Ik lach daar VROLIJK bij, maar Ona kijkt me sceptisch aan alsof ik een onnozele grap probeer uit te halen met haar. “Echt waar”, zeg ik. Ik doe het nog eens voor: 10 en 10 en 10 en 9. Nu lacht ze, alsof ze het nu pas begrijpt, en zegt: “ja! En ik ben “two” (steekt drie vingers in de lucht, “en bie” (vijf vingers) en “kol” (één vinger) en “doe” (tien vingers). Ja knikt ze voldaan. “Echt waar, mama.”

De commentaren zijn gesloten.