26
sep

Regentherapie

Om iets voor negen vanochtend op de trein gaat mijn gsm plots bellen. Ik lig net zo zalig slaap in te halen (Met open mond? Smakkend zoals ik volgens mijn vriend steevast doe in mijn slaap?) Dus ik begin zoals de typische dommelende pendelaar mijn telefoon te zoeken in die megatas, nog half dromend over stoepjes waar ik van val en donsdekens.
"Ingrid?"
Een collega belt om me te laten weten dat onze hele afdeling ontboden is op een vergadering met de adjunct.directeur om half tien vanmorgen. Ik bedank hem voor het telefoontje en vraag hem verder niet meer uitleg, maar mijn verbeelding slaat meteen op hol, net zoals ongetwijfeld die van iedereen die op de vergadering verwacht wordt. In deze tijden van massa-ontslagen zijn onverwachte vergaderingen zonder agenda een aanleiding tot veel zenuwachtigheid. Vanmorgen blijkt het vals alarm. We worden collectief de les gespeld over motivatie, groepsgeest en het privilege voor de overeid te kunnen werken. Ik voel me helemaal niet opgelucht. Integendeel, ik merk dat ik me stiekem zit te verheugen op de dag dat de bom barst, terwijl elke dag die voorbij gaat doet vermoeden dat er helemaal geen bom gaat barsten en dat wij nog lang en ongelukkig mee zullen draaien in die idiote tredmolen die ik mijn werk noem.

In de trein terug naar huis ligt die teleurstelling op mijn maag. Ik denk aan Ona en Jef in de stortregen, gisteren. Terwijl iedereen veilig binnen zat, plensden zij door plassen en modder in KW en regenlaarsjes. Jef, met natte krullen op het voorhoofd geplakt en nat tot op zijn luier, ging zo diep in de plassen staan dat zijn laarzen niet meer te zien waren. Ona daagde hem roepend uit tot meer.

Misschien moet ik zelf ook een stel laarzen kopen.

De commentaren zijn gesloten.