28
sep

Bravo voor de prikklok!

Elke morgen op het werk begint als volgt. Ik storm ons kantoorgebouw binnen (elke minuut telt) en leg mijn vinger op de moderne versie van de prikklok die in de hal staat. "Hola Ingrid, 8:27" verschijnt dan op het schermpje (ik moet vóór 9:30 binnen zijn). En daarmee heb ik al één van de twee belangrijkste dingen van mijn werkdag achter de rug. Hierna groet ik gezellig de mensen aan de onthaalbalie, en klim rustig naar het eerste verdiep. Eénmaal aangekomen bij mijn collega’s, leg ik mijn spullen neer, zet de computer aan en spreek met mijn teamgenoten af wanneer ik een koffietje zal gaan drinken. Om koffie te drinken moeten we niet prikken. De rest van de ochtend is eigenlijk gewoon een kwestie van de tijd uitzitten tot de vijf uur die ik dagelijks moet doen voorbij zijn (in dit geval dus tot 14:27), uitchecken en de werkdag zit erop!
Ik ben een groot voorstander van de prikklok. Elke minuut telt, of je zit te werken, koffie te drinken of je facebook te updaten. Op dagen dat ik niet per sé naar huis moet, kan ik nog een uurtje doorsurfen en wat extra tijd opsparen voor dagen dat ik wat sneller naar huis wil.
Maar ik heb nooit goed begrepen welke redenen werkgevers denken te hebben om prikklokken te installeren. Of zou het echt zo moeilijk zijn om na te gaan of werknemers werken?

26
sep

Regentherapie

Om iets voor negen vanochtend op de trein gaat mijn gsm plots bellen. Ik lig net zo zalig slaap in te halen (Met open mond? Smakkend zoals ik volgens mijn vriend steevast doe in mijn slaap?) Dus ik begin zoals de typische dommelende pendelaar mijn telefoon te zoeken in die megatas, nog half dromend over stoepjes waar ik van val en donsdekens.
"Ingrid?"
Een collega belt om me te laten weten dat onze hele afdeling ontboden is op een vergadering met de adjunct.directeur om half tien vanmorgen. Ik bedank hem voor het telefoontje en vraag hem verder niet meer uitleg, maar mijn verbeelding slaat meteen op hol, net zoals ongetwijfeld die van iedereen die op de vergadering verwacht wordt. In deze tijden van massa-ontslagen zijn onverwachte vergaderingen zonder agenda een aanleiding tot veel zenuwachtigheid. Vanmorgen blijkt het vals alarm. We worden collectief de les gespeld over motivatie, groepsgeest en het privilege voor de overeid te kunnen werken. Ik voel me helemaal niet opgelucht. Integendeel, ik merk dat ik me stiekem zit te verheugen op de dag dat de bom barst, terwijl elke dag die voorbij gaat doet vermoeden dat er helemaal geen bom gaat barsten en dat wij nog lang en ongelukkig mee zullen draaien in die idiote tredmolen die ik mijn werk noem.

In de trein terug naar huis ligt die teleurstelling op mijn maag. Ik denk aan Ona en Jef in de stortregen, gisteren. Terwijl iedereen veilig binnen zat, plensden zij door plassen en modder in KW en regenlaarsjes. Jef, met natte krullen op het voorhoofd geplakt en nat tot op zijn luier, ging zo diep in de plassen staan dat zijn laarzen niet meer te zien waren. Ona daagde hem roepend uit tot meer.

Misschien moet ik zelf ook een stel laarzen kopen.

22
sep

Een stel apen

Een directie die recht uit De Stam van de Holenbeer lijkt te zijn weggelopen. Die in paniek naar het kantoor snelt als je een onverwachte vraag stelt, en terugkomt met een knots. Die minder menselijk communicatietalent heeft dan een vondeling die door wolven is opgevoed. Die liever met een leger afgerichte apen werkt, dan met leergierige medewerkers. Die gelooft dat een human ressourcesbeleid bestaat uit het verloten van een mand streekproducten onder de werknemers. Die de werknemers op de vingers tikt voor een taxirit, maar zelf de vrouw meeneemt op zakenreis. Die vorming weggegooid geld vindt en teamvergaderingen tijdverspilling. Die eindeloos gedetailleerde planningen, schema’s en overzichten vraagt en die dan niet gebruikt, omdat ze niet weet hoe ze haar werknemers aan het werk moeten zetten. Die als objectieven heeft: in de krant komen, visitekaartjes verzamelen, en gratis op reis gaan. Dat alles op kosten van de belastingbetaler.

Ik overdrijf niet. Ik ben ook niet verbitterd. Lang kan zoiets niet blijven duren (hoop ik). Ik vraag me alleen af: hoe gaat een normaal mens daarmee om? Of hebben we allemaal een aap in ons die we kunnen laten opdraven als de demente dierentemmers met hun zweep slaan?

20
sep

Dr Jekyll and Mr Hyde

Je gaat je kind afhalen op de school en als je aankomt, staat ze ongeduldig uit te kijken naar je komst. Ze neemt uitgebreid afscheid van de juf, met veel kusjes, en hele verhalen die ze op de valreep nog kwijt moet. De juf is heel tevreden met je kind. Dat huppelt vrolijk de speelplaats uit en roept lachend NIKS! als je vraagt wat ze vandaag gedaan heeft op school. Je loopt de straat uit en de zwerm ouders met kinderen die zich van de school verwijdert, begint uit te dunnen.

Of je haar kan dragen…

Dat ze hier dan wel blijft zitten…

Als je doorstapt kom ze plots aangestormd en verkoopt je een klap, die hard aankomt ook al had je die zien aankomen. Je zet haar op de stoep om te bedaren maar ze raast nog een hele tijd door. Je andere kind in de buggy is nu ook aan het wenen. Je blijft rustig en uiteindelijk kalmeert ze en slentert achter je aan. Je bedenkt vergevingsgezind dat ze waarschijnlijk moe is van de school. Op het dorpsplein maakt ze hartstochtelijk ruzie met haar vriendjes over elke prul die ze kan aangrijpen. Je gaat dan maar naar huis met je kinderen. Vroeg eten, vroeg in bad. "Ik ga je doodmaken!" roept ze als ze uit bad moet.

Je doet je best om het niet persoonlijk te nemen maar steekt haar zonder pardon in bed.

15
sep

Ex-juf

Afgelopen weekend zaten we te eten met de kinderen en mijn schoonouders in één van onze vaste stekken. Of beter gezegd: we probeerden te eten want Jef was met geen middelen op zijn stoel te krijgen. Hij had grote honger maar wou af en aan eten zoals zo vaak tegenwoordig (dat betekent: hapje – naar de andere kant van het restaurant  lopen– terug – nog een hapje, enz). Thuis hebben we daar weinig geduld mee (groot genoeg om enige regels te respecteren) maar we hadden geen zin in één van die hysterische brulbuien die Jef steevast op het woord “nee” laat volgen. In de plaats daarvan deden we zoiets halfslachtigs dat alle boekjes afraden. Op de schoot van mama, daar een hapje, worstelpartij want hij wou er weer af. Poging van papa. Gewriemel op zijn schoot. Kind weer op de grond. Bedenkelijke glimlachjes aan de tafels rond ons. 

Ondertussen zat Ona, als wou ze het verschil met haar broer in de verf zetten, lieflijk en proper als een habsencoburgprinsesje haar bord leeg te eten, en aangenaam conversatie te voeren met haar grootouders.
Ona is op haar best als Jef op zijn ergst is. Toen Jef nog maar een paar maanden oud was en een hekel had aan de auto, zat zij steevast heel haar repertorium kinderliedjes te zingen terwijl Jef in de autostoel naast haar zijn longen uit zijn lijfje brulde. Ze kon zichzelf amper horen maar ging vrolijk verder. Ik zelf werd  zo zenuwachtig van het gekrijs dat ik op eender welk moment onder een vrachtwagen of tegen een paal kon rijden.

Maar die dag in het restaurant was er iets anders aan de hand. Toen Jef tegen een meneer stond te kwetteren en ons even een pauze gunde, merkte ik dat Ona heel stil zat. Ze keek naar een tafel achter mij, een trage lange blik zonder knipperen. Ik draaide me om. Achter ons zat de juf van vorig jaar aan een tafeltje met haar vriend. Ze leek zich niet bewust van Ona’s aanwezigheid. Ik stootte mijn schoonmoeder. “Kijk eens naar Ona.” “Ja,” zei die meteen, “ze heeft Ona wel gezien hoor, ze wil gewoon niets komen zeggen.” En dat was niet het laatste dat daarover te zeggen viel. Ze ging luid voort. “Als ze haar leerlingen niet wil tegenkomen dan moet ze hier niet komen eten, hè. Kan ze toch wel weten dat ze hier in het dorp kinderen zal zien.” Ik geneerde me een beetje en hoopte dat de juf niet meeluisterde.

Maar als dat ik hier zo neerpen moet ik toegeven dat ik wou dat ik even ongegeneerd van mijn dochter kon houden als haar grootmoeder. Wat een passie, wat een stalen vertrouwen in het gelijk van het kind. Daar kan een kind toch alleen maar beter van worden. Enfin, het liep allemaal goed af. Toen de exjuf de rekening betaald had en opstond, was er tijd voor een babbel, voor een kus en een knuffel, waar Ona weer helemaal van opfleurde. Vandaag hing ze alweer aan de lippen van de nieuwe juf. Het is verbazend hoeveel plaats een kinderhart heeft.

13
sep

5 minuten

Er was een tijd dat ik uit belangrijke vergaderingen wegliep, gevaarlijke manoeuvres uithaalde met de auto en geen middag at om Ona vijf, tien, vijftien minuten vroeger af te kunnen halen op de crèche. Als iets mij dan in de weg stond (een wrevelige baas, een te stipte trein die voor mijn neus wegreed,…) was het moeilijk om de tranen van frustratie binnen te houden. Of Ona het verschil merkte, valt te betwijfelen. Na acht uur crèche zit je waarschijnlijk niet meer naar de deur te kijken of mama nu al komt. Ze zat steevast vrolijk te spelen als ik buiten adem aankwam. Mijn eigen ongeduld en zenuwachtigheid gingen pas over toen ze me zelf vroeg of ze mocht blijven voor het vieruurtje. Ik was ondertussen hoogzwanger van Jef en ik was blij dat ik het rustiger aan kon doen.

Sinds de komst van onze onbedaarlijke hooligan is Ona de grote, degene die geduld en begrip moet hebben omdat ze ouder is, terwijl haar broer vanalles vergeven wordt vanwege zijn jonge leeftijd. Als ze het af en toe goed zat is en begint te drammen, wordt ze kordaat op de zetel gezet om uit te razen. Life has changed, sinds Jef. Gelukkig kan je een kleine broer ook rondcommanderen, omver duwen als niemand kijkt en zogezegd liefdevol platduwen en hem spartelend achterlaten in het drijfzand van onze ouwe zitzak.

Vorige maandag begon de kleuterschool hier. Op de eerste dag werd ons gevraagd de kinderen om half één af te halen. Ik had met het hoofd van mijn afdeling afgesproken dat ik vroeger zou vertrekken om op tijd aan de school te zijn, maar ik misrekende mij en kwam vijf minuutjes later aan. Vijf luttele minuutjes dacht ik. Toen ik de speelplaats opliep, zag ik dat alle ouders al druk stonden te praten met hun kinderen. Alleen mijn dochter stond nog bij de juf uit te kijken waar haar mama en/of papa bleven.