29
feb

Goede Moeder 2, Bedenkingen bij de schoolkalender

Terwijl ik de schoolkalender bekijk, maak ik me bedenkingen bij ons onverantwoord gedrag. Voor we, totaal onbezonnen, door woekerende hormonen en tiltslaande biologische klokken opgejaagd, aan kinderen begonnen, hadden we toch eens wat informatie kunnen opzoeken. We hadden kunnen rondvragen, zoals je doet als je een nieuwe auto moet kopen. Niet dat iemand mij van gedachte had kunnen doen veranderen, maar ik was misschien wat beter voorbereid geweest.

Deze week heb ik beseft dat Ona dit jaar 2,5 maand vakantie heeft, en ikzelf drie weekjes. Arnau weet voorlopig niet eens of hij hoe dan ook vakantie zal kunnen nemen. Ik begrijp ineens waarom iedereen hier altijd zucht als het over de kinderen en de vakantie gaat. Wie steekt dit malle systeem eigenlijk in elkaar? Kinderen komen om half vijf uit de school maar hun ouders werken tot 6,7, of zelfs 8u. Ze hebben maanden vakantie en hun ouders een paar weken. Moeders of vaders moeten halftijds werken om hun kinderen af te kunnen halen, of zich te pletter werken om een nanny te kunnen betalen. Zo zijn we altijd maar aan het lopen. En eigenlijk kan ik daar nog mee leven. Waar ik wild van word, is dat je op de weinige tijd die je hebt ook nog eens een fantastische moeder/vader moet zijn. Vroeger moesten kinderen tenminste nog zwijgen aan tafel of buiten spelen als ze in de weg liepen. Nu moet je pedagogisch verantwoord bezig zijn met hen en tegelijk gezond eten klaarmaken, met de glimlach of course, want als het geforceerd overkomt heeft het geen zin. Er zijn moeders die dat nog klaarkrijgen ook. Ik word daar niet goed van. Moeders die hun kinderen altijd proper naar de school brengen, en nooit het vieruurtje vergeten. Die werken en toch zelf de verjaardagstaart bakken. Die er even jong en fris blijven uitzien en met Carnaval de leukste vermommingen naaien. Die je nooit zal betrappen op rondslingerend ondergoed of vuile borden, op welk onverwacht moment je hun huis ook binnenvalt. Er zou een moedersvakbond* moeten bestaan om zulke toestanden te verbieden. Ik wed dat die supermoeders stiekem coke snuiven, of een nanny verbergen in de kelder.

*Ik heb het hier niet over de vaders, want bij vaders is dit perfectheidssyndroom nooit vastgesteld.

26
feb

Goede Moeder

Er zijn ouders die je nooit ziet roepen op hun kinderen. Die ‘s ochtends niet bitsig doen tegen hun kleintjes omdat ze zo traag zijn. Ouders die hun kinderen nooit voor de televisie parkeren. Die geen ruzie maken waar de kinderen bijstaan. Wij zijn niet zo. Arnau en ik verliezen regelmatig ons geduld, en er zijn momenten dat het ons echt allemaal te veel wordt. Dan zouden we willen dat onze kinderen een aan/uit-knopje hadden. Als ik weer eens uit mijn sloffen geschoten ben omdat Ona om half drie ‘s nacht nog steeds ligt te zeuren dat ze niet alleen wil slapen (ja inderdaad, zo krijg je een slapeloze moeder die om vijf uur ‘s ochtends berichten post), of als een gek ben beginnen schreeuwen in de auto omdat Jef, in een rotcolère na twee en een half uur rijden, zich uit zijn gordels gewurmd heeft, weet ik het wel. Ik zal geen prijzen winnen in de Goede Moeder-categorie. Ik probeer mezelf wel gerust te stellen met argumenten om te zeggen dat er met die correcte ouders ook iets scheelt (saai in bed, kunnen enkel over hun kinderen praten, zijn controlefreaks,…), maar ik zit er wel mee. Ik stel me een bezoek voor van The Nanny aan ons gezin en voel haar afkeurende blik al als ik de video van de afgelopen week in gedachten afspeel. Of erger nog, ik stel me de bezoeken voor van mijn kinderen aan hun therapeut: "mijn moeder ging door het lint voor een pruts, je kon nooit weten wanneer de bom zou barsten."

23
feb

Slapeloze nachten

Vakantie met de kinderen. Ik kijk er steeds naar uit. Op het gemak kunnen opstaan, allemaal samen in pyjama ontbijten. Ik stel me daar op voorhand steeds van die Becel-reclamemomenten bij voor. Ik heb een gelukzalige naïeveling in mij die de achterkant van de medaille steeds vergeet. Twee dagen ver in onze skivakantie begint Jef door te krijgen dat hij niet alleen op de kamer ligt. Onze jongste, die door de band een feilloze slaper is (slaapt makkelijk van 8 tot 7u ’s morgens), wordt nu wakker als de nacht nog jong is en begint ondraaglijk hard te schreeuwen. (Ja schreeuwen, niet roepen of huilen, het is het gekrijs van één of ander prehistorisch wezen dat uit het schattige keeltje komt, een geluid dat je eerder associeert met een Archaeopteryx dan met een jongetje van bijna 2). Op deze weinig subtiele manier geeft hij aan dat hij het niet neemt dat zijn ouders naast hem liggen en hem niet in hun armen nemen. Thuis laten we onze steengeworden harten zonder veel scrupules zien. Mama’s en papa’s moeten ook slapen, en daar kunnen peuters maar beter snel aan wennen, het is een kwestie van levensbehoud. Ik bedoel: als hij thuis op zulke onbetamelijke uren wakker wordt, laten we hem wenen. Hier op vakantie in Andorra delen we ons appartement niet alleen met de familie van mijn zus, maar is onze kamer ook nog eens omgeven door appartementen bezet door skifanaten die om 7u opstaan om zoeel mogelijk te kunnen genieten van de skipistes. Voor de lieve vrede, en omdat het gekrijs zich op 30 cm van onze slaapzieke oren bevindt, nemen we onze hooligan bij ons in bed, die terstond begint te gibberen en grapjes uit te halen. Elke poging om het kleine lijfje in horizontale positie te krijgen ("SLAAP KINDJE SLAAAAAAP") ontaardt in luid protest.

’s Ochtends doen mijn zus en schoonbroer hun best om hun rothumeur te verbergen. Ik vraag maar niet of ze goed geslapen hebben. Daar gaat ons Becel-reclamemoment maar weer eens.

 

20
feb

Leugens

Ik vertel je niets nieuws als ik zeg dat kinderen van 3,5 al vlot omgaan met leugens. Ona spaart de klassieker niet: "Jef heeft me geslagen!" Meestal is het waarheidsgehalte van die uitspraak omgekeerd rechtevenredig aan de graad van dramatiek waarmee ze die vertolkt. Jef is nog geen twee, maar hij leert snel bij. Als hij huilend aangestormd komt en je hem vraagt of hij zich pijn gedaan heeft, zegt hij bijna altijd "hoofd", als je dan vraagt wat er gebeurd is, zegt hij altijd "Ona". Zo proberen ze allebei hun gelijk binnen te halen vóór mama weet wat er nu eigenlijk echt gebeurd is. Iets dat meestal niet echt te achterhalen is. Ik probeer de berispingen een beetje gelijk te verdelen, maar Ona heeft natuurlijk al lang door dat ik soms gis, en verfijnt haar verdediging steeds beter. Jef kan daar moeilijk tegenop. Zijn argumentering beperkt zich tot een nogal doorzichtig: "is van mij!" Het is eigenlijk niet te verwonderen dat een kind begint op te lichten, bedenk ik als ik al ongeveer een halve tablet chocolade weggesopt heb in mijn koffie. Ze mogen niet liegen, en wij vertellen hun dag in dag uit leugens om bestwil. Ze mogen maar een halfuurtje tv per dag, maar als ze slapen liggen mama en papa hersendood voor de tv. Ze mogen niet snoepen, maar terwijl ze braaf spelen op de koer, vreet mama alle chocolade met hazelnoten weg.

17
feb

Carnaval voor papa’s en mama’s

Op een goeie directie kan je altijd rekenen. Op die van mij ook. Je kan er van op aan dat ze je plannen met de kinderen in de war zullen sturen. Je kan dan best niet te veel zeuren over de kinderen, want dat vinden ze heel flauw. Deze week heeft onze beheerder beslist op twee dagen en zonder budget een tentoonstelling in elkaar te zetten, of beter gezegd, dat zijn nederige werkvolk dat zou doen. Er mag hier sinds de crisis ons in haar wurggreep heeft, niet geklaagd worden (wees maar blij dat je nog werk hebt) dus zijn we de laatste twee dagen druk in de weer geweest met tapijt, dubbelzijdige kleefband en stanleymessen. Het resultaat is niet echt om over naar huis te schrijven. Ik heb er wel de minicarnavalstoet van Jef en het carnavalfeest van Ona door gemist. Toen ik deze namiddag aankwam in de crèche was het enige dat overbleef van Jefs vermomming een stel lange snorharen en een zwarte neus. Poes? Muis?

Op onze crèche kan je gelukkig wel altijd rekenen. Elk kind heeft een vermomming, het scharrelende grut inbegrepen. En als je het crèchestoetje niet hebt gezien dat ‘s morgens door de straten van het dorp geparadeerd heeft, dan steken ze het kind weer in zijn pakkie, zodat ook jij een beetje kan genieten van het schattige verkleedfestijn. Het zal de kinderen worst wezen. Jef ging meteen lopen toen de juf aan kwam zetten met zijn poezenkazuifel, de hoed met poeze-oren heb ik zelf maar opgezet, want die sloeg ie meteen tegen de grond. We hebben dan, trotse ouders die we zijn, toch geprobeerd Jef op de foto te krijgen met de poezehoed. Het resultaat zijn foto’s met afglijdende hoed, en nijdige blikken. We gaan het proberen op te lossen met Photoshop.

14
feb

Broer en zus

Ona en Jef maken ongelofelijk veel pret in de badkuip, maar altijd is er wel dat moment dat ik vanuit de keuken (op dat uur ben ik meestal met het avondeten bezig) "SORRY! SORRY JEF!" hoor. "IK GA HET NIET MEER DOEN!". Als ik dan ga kijken, en Ona vraag geen dingen met haar (half verzopen) broer uit te steken die ze zelf niet graag zou hebben, zegt ze "hij vindt het grappig, mama". Ik betwijfel of Jef het grappig vindt om een emmer badwater over zijn hoofd te krijgen, maar als ik vijf minuten later nog eens ga kijken, tref ik Jef schaterend aan terwijl zijn zus hem water geeft als was hij een petunia. Het is iets raars, die relatie tussen grote zus en kleine broer.

Decorum (2)

Jef begint een ongelofelijke gevoel voor decorum te ontwikkelen. Sinds een paar weken is het ongelofelijk cool om dingen te doen omdat die zo horen, omdat de grote mensen die zo doen. Met de regelmaat van de klok verschijnt hij met Ona’s prinsessenhandtasje in de elleboog, om afscheid te nemen:"daaag", hij zwaait dan en loopt dan weg, maar komt altijd terug met een "kusje!". Dan moeten we hem een kus geven en daarna hobbelt ie tevreden monkelend richting deur. Hij wil nu ook de trap op en af zoals de grote mensen (rechtopstaand). Hij kan het nog niet, maar elke afdaling begint met een paar frustrerende pogingen om de trappen te doen zoals de rest van het gezin. Gisteren gingen we zoals elke maandag naar Ona’s dansklasje. Aan het begin van een dans glipte Jef plots van tussen mijn knieën en nam plaats in de kring dansers, als was hij één van hen. Tot ieders verbazing deed hij het hele dansje en de volgende drie dansen perfect mee.

12
feb

Hartstocht of decorum

Er is een aandoenlijke lappenpop die hier op de Catalaanse tv een hit is bij de kleinste kinderen. Hij heet Mic, en ik moet toegeven dat ik ook al voor hem gevallen ben. Zijn krasserige stemmetje en zijn kleine-kinderstreken veroverden onmiddellijk een plekje in mijn weke moedershart. Ik heb het merchandisingoffensief deze winter amper kunnen weerstaan. Overal kon je Mic’s zachte knuffelkopietjes kopen. Sinds Kerstmis zijn er bij de vriendjes van Jef heel wat Mic’s opgedoken, één daarvan bij een wel heel belangrijke figuur. Als Jef het heeft over andere mensen die niet van ons gezin of grootouders zijn, dan zijn dat altijd vrouwen en beperkt dat zich tot, op de eerste plaats: Txell: de juf- ook wel mama2, en op de tweede plaats: Júlia, een pienter meisje uit zijn crècheklas. Júlia komt sinds een paar dagen naar school met haar Mic in een benijdenswaardige buggy.

Jef ziet nu overal Mics. "Ah! Mic!!" Roept hij dan met een engelachtig stemmetje alsof de Maagd Maria net aan hem verschenen is. Een paar dagen geleden waren we in een boekenwinkel, toen ik Jef voor een paar momenten uit het oog verloor. Ik vond hem terug voor hoopje Mics, die –onverkocht na de kerstdrukte- klaarlagen om teruggestuurd te worden. "Mic, mama, Mic!", met dat plechtige communicantenstemmetje. Ik pakte de bovenste pop van de stapel, die uitgepakt was. "Wil je hem een kusje geen?" (Die onnozele dingen die mama’s vertederend vinden) Meteen pakte Jef Mic in zijn armen, duwde het hoofdje in zijn nek als was het een babietje dat zijn hoofd niet recht kan houden, en knuffelde zijn vriendje met kirrende Ah.. miiiiiiiiic-geluiden. Ik keek naar het prijskaartje dat aan het truitje van mijn zoons hartsvriend bengelde: 32€, en wist dat er maar twee wegen uit deze situatie bestonden. Mijn "portemonnee leegkappen op de toonbank" en mijn anti-consumptie principes inslikken, of de twee hartsvrienden scheiden en mijn zoon trappelend en schreeuwend uit de overvolle dorpswinkel dragen onder afkeurend gemompel van mijn buren. Omdat ik uitgeslapen was en overmoedig die dag, ging ik voor de laatste optie. "Kom Jef, we gaan naar huis, geef een dikke kus aan Mic en zeg maar daaaaag!" Tot mijn grote verbazing gaf Jef de pop een kus, legde hem bij zijn klonen, en zwaaide, duidelijk in zijn nopjes. Terwijl we de winkel verlieten, babbelde hij met de zware stem die hij reserveert voor belangrijke dingen ("Yoghurt!" "Pingu!"). Hij was, zoals gewoonlijk, grotendeels onverstaanbaar, maar aan de keren dat het woord viel af te leiden, ging het over Mic. Bij kinderen weet je nooit wat de overhand zal hebben: hartstocht of decorum.