02
apr

Algemene staking

Er is hier, in Spanje, een wet gestemd die de rechten van de werknemers radikaal vermindert. Sinds een paar weken kan een werkgever de arbeidsvoorwaarden éénzijdig veranderen (lees: werkplaats, werkuren, loon, functie) en als je het daar niet mee eens bent, kan je enkel kiezen voor ontslag met een veel lagere ontslagvergoeding dan tot hiertoe het geval was. Bovendien wordt de ruimte voor sociaal overleg een pak kleiner met deze wet. Deze nieuwe wetgeving komt er na een hoop besparingen die vooral de gewone man/vrouw treffen en zich voor het merendeel situeren in de gezondheidzorg en het onderwijs, dat alles in een land dat heel hard lijdt onder de crisis en die vangnetten broodnodig heeft.

Ik ben nogal verontwaardigd over het ritme waarop verworven rechten teruggedraaid worden met de crisis als excuus, een crisis die de kleine man niet veroorzaakt heeft, (dat weet nu ongeveer iedereen) maar waar hij wel voor moet opdraaien (anders gaat de economie onderuit – daar is blijkbaar ook iedereen het over eens). Dus moeten we besparen om de overheidsbudgetten overeind te houden, en onze rechten offeren op het altaar van de werkgelegenheid, terwijl al lang aangetoond is dat dit soort maatregelen de werkgelenheid niet doet stijgen.

Afgelopen donderdag was er een algemene staking aangekondigd. Die is redelijk goed opgevolgd, en er zijn gelukkig heel veel mensen op straat gekomen om hun ongenoegen te tonen. In de media wordt de staking afgeschilderd als nutteloos protest dat het imago van Catalonië en Spanje schaadt. Heel wat vrienden en collega’s hebben niet gestaakt. De meesten zijn radikaal tegen de nieuwe wet, maar zij hebben een hele resem excuses om er niets tegen te doen. Ik begrijp niet hoe zij werkloos toe kunnen kijken terwijl de gezondheidszorg en het onderwijs ontmanteld worden, en de rechten waarvoor onze grootouders zo hard voor gevochten hebben, zonder boe of ba kortgesnoeid worden. Zo gemakkelijk nemen we afscheid van de “welvaartstaat”. En ik die dacht dat we eraan gehecht waren. Tegenwoordig lijkt het wel een scheldwoord: een dromerig luilekkerland waar we buitengezet worden nu het menens wordt.