02
apr

Algemene staking

Er is hier, in Spanje, een wet gestemd die de rechten van de werknemers radikaal vermindert. Sinds een paar weken kan een werkgever de arbeidsvoorwaarden éénzijdig veranderen (lees: werkplaats, werkuren, loon, functie) en als je het daar niet mee eens bent, kan je enkel kiezen voor ontslag met een veel lagere ontslagvergoeding dan tot hiertoe het geval was. Bovendien wordt de ruimte voor sociaal overleg een pak kleiner met deze wet. Deze nieuwe wetgeving komt er na een hoop besparingen die vooral de gewone man/vrouw treffen en zich voor het merendeel situeren in de gezondheidzorg en het onderwijs, dat alles in een land dat heel hard lijdt onder de crisis en die vangnetten broodnodig heeft.

Ik ben nogal verontwaardigd over het ritme waarop verworven rechten teruggedraaid worden met de crisis als excuus, een crisis die de kleine man niet veroorzaakt heeft, (dat weet nu ongeveer iedereen) maar waar hij wel voor moet opdraaien (anders gaat de economie onderuit – daar is blijkbaar ook iedereen het over eens). Dus moeten we besparen om de overheidsbudgetten overeind te houden, en onze rechten offeren op het altaar van de werkgelegenheid, terwijl al lang aangetoond is dat dit soort maatregelen de werkgelenheid niet doet stijgen.

Afgelopen donderdag was er een algemene staking aangekondigd. Die is redelijk goed opgevolgd, en er zijn gelukkig heel veel mensen op straat gekomen om hun ongenoegen te tonen. In de media wordt de staking afgeschilderd als nutteloos protest dat het imago van Catalonië en Spanje schaadt. Heel wat vrienden en collega’s hebben niet gestaakt. De meesten zijn radikaal tegen de nieuwe wet, maar zij hebben een hele resem excuses om er niets tegen te doen. Ik begrijp niet hoe zij werkloos toe kunnen kijken terwijl de gezondheidszorg en het onderwijs ontmanteld worden, en de rechten waarvoor onze grootouders zo hard voor gevochten hebben, zonder boe of ba kortgesnoeid worden. Zo gemakkelijk nemen we afscheid van de “welvaartstaat”. En ik die dacht dat we eraan gehecht waren. Tegenwoordig lijkt het wel een scheldwoord: een dromerig luilekkerland waar we buitengezet worden nu het menens wordt.

27
mrt

Zomeruur

Wij kunnen maar niet wennen aan het zomeruur. Ik, die de eerste ben die opstaat thuis, laat de wekker nu ontelbare keren afgaan, en ga dan laaang onder de douche staan terwijl ik mijzelf troost met het halve uur dat ik nog zal kunnen slapen in de trein. Lang onder de douche staan kan nu ook, want in tegenstellng tot wat er op normale ochtenden gebeurt, worden de kinderen nu niet wakker als ik net ingezeept ben. ("Mamaaaaaaa!!!"). Ze slapen door alles heen. Dus maak ik meeneemontbijten klaar die ze op weg naar school uit het vuistje kunnen eten, en daarna ga ik mijn comateuze wederhelft het slechte nieuws brengen. Dat al het werk hem ook deze ochtend ten beurte valt: aankleden, ontbijten en naar de school slepen. Want tegenwoordig moet ik vroeger het huis uit en hij brengt de kinderen naar de school.

Op de trein val ik in een gelukzalige slaap (Mond open? Was ik aan het kwijlen?) die alleen maar onderbroken wordt door de aankondiging dat we aankomen in Barcelona. Ik trek mijn loodzware oogleden naar omhoog en werp een wazige blik om me heen. Is het ochtend of namiddag? Ga ik werken of kom ik thuis? Bah! Negen uur s’ochtends, de werkdag begint nog maar.

26
mrt

Trouwerij

Zaterdag moeten we naar een trouwfeest. Zo’n echt. Met alles erop en eraan. Met een trouwkleed dat astronomisch veel gekost heeft en een banket waar de familie al haar spaarcenten voor bijeen geschraapt heeft. We worden daar verondersteld netjes opgedost met ditto kinderen urenlang gezellig conversatie te maken met mensen die we amper kennen en op de gepaste momenten oooh en aah te zeggen. En dan maar hopen dat de kinderen een goeie dag hebben. Dat ze kusjes willen geven aan wildvreemden en hun tong niet uitsteken. Dat ze geen kaka moeten doen in het midden van de ceremonie. Ik zal hun zeggen dat ze niet met hun vuile handjes aan de bruidsjurk mogen zitten en niet aan de vlechten van de lieflijke bruidsmeisjes mogen trekken. Als ze "NEE!" roepen omdat hun groottante hen nogmaals wil knuffelen, zal ik misschien zelfs afkeurend kijken, maar mijn kinderen zullen weten dat ik het niet meen. Ik reken op mijn kleine amokmakers om wat leven in de brouwerij te brengen.