15
mrt

Optimisme

Weekavond rond etenstijd. Een jonge man belt aan. Ik ken hem. Ik heb hem de week ervoor al wandelen gestuurd, hij belde toen ook al aan op een weinig opportuun moment met een vaag verhaal over een project dat hij wilde voorstellen, een educatief pakket voor kinderen. Omdat ik hem de vorige keer gevraagd heb op een ander moment langs te komen, laat ik hem nu binnen. Het zal maar tien minuten duren, belooft hij. En dat is nog maar de eerste van een hele reeks typische verkoperstrucs. Ééns de man binnen is, volgen er zoeterige complimenten "Je voedt ze tweetalig op! Dat is heel goed! Daar doe je heel goed aan!" Ik vergeef hem zijn paternalisme, hij kan moeilijk weten dat hij het tegen een filologe heeft die in een tweetalig gezin is opgegroeid. Maar dan volgt: "Ik mag u toch tutoyeren?". Brrr, mijn haar gaat overeind staan van dit soort hypocriete beleefdheid. Als dit een film was, zou ik nu zeggen: "Och hou toch op vent en zeg meteen wat je me wil verkopen". In real life zeg ik met een geforceerde glimlach "Tuurlijk" en bied hem een stoel aan. "Zeg maar." Hij legt uit waarom het goed is kinderen van jongs af aan intellectueel te stimuleren . Zijn uitleg is traag, zit vol evidenties en is ergerlijk belerend. En dat uit de mond van een jonkie dat maar amper de Clearasil-leeftijd ontgroeid is. Mijn schroom, goeie manieren en vooral mijn geduld zijn op aan het raken. Jef is zijn flan in zijn haar aan het wrijven en Ona rent door de eetkamer ("kijk meneer, kijk hoe hoog ik spring!"). Als ik haar gebied aan tafel te gaan zitten, gaat ze weer zitten, maar in plaats van verder te eten, pookt ze wat in haar spinazie, de ogen gericht op onze vreemde vogel. Dan klinkt het vertrouwde geluid van de sleutel in het slot en staat papa daar. Papa is een beer van een vent en onze verkoper wordt daar merkbaar zenuwachtig van. Net nu hij prijzen ging noemen voor zijn formidabel pakket van intelligentie-verwekkende cd’s en werkboekjes. Hij ontspant een beetje als Arnau zegt dat hij de hele uitleg niet over hoeft te doen, Jef uit zijn stoel haalt en met hem begint te spelen. Maar de verkoper is zijn schwung kwijt. Hij schuifelt nerveus met brochures en kijkt nu meer in zijn aktentas dan naar mij. "Dit alles" zegt hij tenslotte, "voor de luttele prijs van…" Hij schrijft het bedrag op een wit blad.

2.135€

Achter hem doemt Arnau op, hij is nieuwsgierg naar het in stilte neergepend bedrag. Als hij over de schouder van de verkoper ziet wat er staat, rolt hij met zijn ogen naar mij en richt een denkbeeldig geweer op het onvermoedend hoofd. "…en u kan dat afbetalen aan 85€ per maand gedurende…"

Ongeveer 2 minuten later staat de man op straat. Educatief materiaal verkopen aan 2.135€ aan gezinnen met kinderen in het dieptepunt van de crisis. Er zijn nog optimisten in deze wereld.

Weekavond rond etenstijd. Een jonge man belt aan. Ik ken hem. Ik heb hem de week ervoor al wandelen gestuurd, hij belde toen ook al aan op een weinig opportuun moment met een vaag verhaal over een project dat hij wilde voorstellen, een educatief pakket voor kinderen. Omdat ik hem de vorige keer gevraagd heb op een ander moment langs te komen, laat ik hem nu binnen. Het zal maar tien minuten duren, belooft hij. En dat is nog maar de eerste van een hele reeks typische verkoperstrucs. Ééns de man binnen is, volgen er zoeterige complimenten "Je voedt ze tweetalig op! Dat is heel goed! Daar doe je heel goed aan!" Ik vergeef hem zijn paternalisme, hij kan moeilijk weten dat hij het tegen een filologe heeft die in een tweetalig gezin is opgegroeid. Maar dan volgt: "Ik mag u toch tutoyeren?". Brrr, mijn haar gaat overeind staan van dit soort hypocriete beleefdheid. Als dit een film was, zou ik nu zeggen: "Och hou toch op vent en zeg meteen wat je me wil verkopen". In real life zeg ik met een geforceerde glimlach "Tuurlijk" en bied hem een stoel aan. "Zeg maar." Hij legt uit waarom het goed is kinderen van jongs af aan intellectueel te stimuleren . Zijn uitleg is traag, zit vol evidenties en is ergerlijk belerend. En dat uit de mond van een jonkie dat maar amper de Clearasil-leeftijd ontgroeid is. Mijn schroom, goeie manieren en vooral mijn geduld zijn op aan het raken. Jef is zijn flan in zijn haar aan het wrijven en Ona rent door de eetkamer ("kijk meneer, kijk hoe hoog ik spring!"). Als ik haar gebied aan tafel te gaan zitten, gaat ze weer zitten, maar in plaats van verder te eten, pookt ze wat in haar spinazie, de ogen gericht op onze vreemde vogel. Dan klinkt het vertrouwde geluid van de sleutel in het slot en staat papa daar. Papa is een beer van een vent en onze verkoper wordt daar merkbaar zenuwachtig van. Net nu hij prijzen ging noemen voor zijn formidabel pakket van intelligentie-verwekkende cd’s en werkboekjes. Hij ontspant een beetje als Arnau zegt dat hij de hele uitleg niet over hoeft te doen, Jef uit zijn stoel haalt en met hem begint te spelen. Maar de verkoper is zijn schwung kwijt. Hij schuifelt nerveus met brochures en kijkt nu meer in zijn aktentas dan naar mij. "Dit alles" zegt hij tenslotte, "voor de luttele prijs van…" Hij schrijft het bedrag op een wit blad.

2.135€

Achter hem doemt Arnau op, hij is nieuwsgierg naar het in stilte neergepend bedrag. Als hij over de schouder van de verkoper ziet wat er staat, rolt hij met zijn ogen naar mij en richt een denkbeeldig geweer op het onvermoedend hoofd. "…en u kan dat afbetalen aan 85€ per maand gedurende…"

Ongeveer 2 minuten later staat de man op straat. Educatief materiaal verkopen aan 2.135€ aan gezinnen met kinderen in het dieptepunt van de crisis. Er zijn nog optimisten in deze wereld.

13
mrt

Babybezoek

Arnau is een eindje jonger dan ik, het merendeel van zijn vrienden dus ook. Toen wij mijn eerste zwangerschap aankondigden, stond hun hoofd nog grotendeels op carrière maken en uitgaan. (Dat van Arnau ook nog heel even...) De afgelopen jaren hebben we heel wat feestjes meegemaakt waarop onze kinderen de enige waren. Ze werden daar op groot enthousiamse onthaald (zo schattig!, zo slim! zo mooi!), maar wie het eerste kleinkind-syndroom* kent, weet dat zulke toestanden het slechtste bovenhalen in een kind. Leuk hoor een 3-jarige die het bezoek vraagt of ze een cadeautje meehebben of een baby die nog maar net kruipt en lekkers zoekt in vreemde handtassen. Leuker nog als het je eigen kinderen zijn.

Nu al die vrienden allemaal een eindje in de dertig zijn, beginnen zich, tot onze grote opluchting, de eerste zwangerschappen voor te doen. Afgelopen week legden we ons eerste babybezoek af. We deden ons best om niet te betweterig te lijken, we herinneren ons nog hoe druk we ons zelf maakten over de borstvoeding of het gewicht van de baby, ook al lijkt dat nu allemaal nogal overdreven. We zeiden niets over alles wat er hen nog te wachten staat. We stelden diezelfde onbeschrijflijke verliefdheid vast die ook voor ons alles draaglijk maakte. En we verlieten de jonge ouders met een ander onbeschrijflijk gevoel: Onze kinderen hadden we dolgelukkig achtergelaten bij de grootouders. Wij gingen naar de film die avond (een slechte zou later blijken, maar dat is totaal bijkomstig).

Laat de rest van de mensheid nu maar baby’s krijgen.

*Het eerste kleinkind in de familie wordt bedolven onder aandacht, cadeau’s en verwachtingen, een ongelofelijk explosieve combinatie waar kinderen niet echt beter van worden…

08
mrt

Schatten

Tegenwoordig moet ik thuis goed opletten met wat ik opruim/weggooi. Ona is plots aan het schattenjagen geslaan. Zo heeft ze dagenlang een grote bruine enveloppe meegedragen (in de auto, in bed, aan tafel…) met daarin: een halfingekleurde tekening van Doornroosje, een goudkleurig etiketje, drie bolletjes opgedroogde klei, een armband en lippenbalsem die haar vader voor haar gekocht had. Toen ze de enveloppe beu werd, ging de lippenbalsem in een plastic zakje samen met een stoffen zakdoek. Dat zakje ligt nu ook weer elke nacht naast haar kussen, samen met een glimmend boekje dat ze in het aquarium van Barcelona gekregen heeft en haar computer noemt, en het t-shirt van een zomerpyjama waar een fee opstaat. Voor ze gaat slapen schikt ze al die dingen rond haar kussen, en wee de onzorguldige moeder die iets durft te veranderen aan die schikking omdat ze haar dochter een nachtzoen komt geven.

Jef heeft die feilloze radar die alle kleine kinderen hebben voor waardevolle dingen, en doet niet liever dan achter de schatten van zijn grote zus aangaan. Hij gaat aan de haal met de muziekdoos (nog zo'n schatkist) en gooit die van de trap met alle precieuze inhoud. En op een andere dag vinden we –tot ons aller afgrijzen- Ona’s lippenbalsem half opgegeten in een hoekje van zijn slaapkamer. Zulke scènes ontaarden in pure opera (gegil en gehuil op de trap), maar verteren verbazend snel. Blijkbaar kan Ona toch al begrijpen dat haar peuterbroertje niet altijd beseft wat hij doet. Ik kan op minder vergevingsgezindheid rekenen. Sinds ze haar gerecycleerd Doornroosje in mijn boodschappenlijstje herkende, krijg ik geen enkele tekening meer in handen.