23
feb

Slapeloze nachten

Vakantie met de kinderen. Ik kijk er steeds naar uit. Op het gemak kunnen opstaan, allemaal samen in pyjama ontbijten. Ik stel me daar op voorhand steeds van die Becel-reclamemomenten bij voor. Ik heb een gelukzalige naïeveling in mij die de achterkant van de medaille steeds vergeet. Twee dagen ver in onze skivakantie begint Jef door te krijgen dat hij niet alleen op de kamer ligt. Onze jongste, die door de band een feilloze slaper is (slaapt makkelijk van 8 tot 7u ’s morgens), wordt nu wakker als de nacht nog jong is en begint ondraaglijk hard te schreeuwen. (Ja schreeuwen, niet roepen of huilen, het is het gekrijs van één of ander prehistorisch wezen dat uit het schattige keeltje komt, een geluid dat je eerder associeert met een Archaeopteryx dan met een jongetje van bijna 2). Op deze weinig subtiele manier geeft hij aan dat hij het niet neemt dat zijn ouders naast hem liggen en hem niet in hun armen nemen. Thuis laten we onze steengeworden harten zonder veel scrupules zien. Mama’s en papa’s moeten ook slapen, en daar kunnen peuters maar beter snel aan wennen, het is een kwestie van levensbehoud. Ik bedoel: als hij thuis op zulke onbetamelijke uren wakker wordt, laten we hem wenen. Hier op vakantie in Andorra delen we ons appartement niet alleen met de familie van mijn zus, maar is onze kamer ook nog eens omgeven door appartementen bezet door skifanaten die om 7u opstaan om zoeel mogelijk te kunnen genieten van de skipistes. Voor de lieve vrede, en omdat het gekrijs zich op 30 cm van onze slaapzieke oren bevindt, nemen we onze hooligan bij ons in bed, die terstond begint te gibberen en grapjes uit te halen. Elke poging om het kleine lijfje in horizontale positie te krijgen ("SLAAP KINDJE SLAAAAAAP") ontaardt in luid protest.

’s Ochtends doen mijn zus en schoonbroer hun best om hun rothumeur te verbergen. Ik vraag maar niet of ze goed geslapen hebben. Daar gaat ons Becel-reclamemoment maar weer eens.

 

20
feb

Leugens

Ik vertel je niets nieuws als ik zeg dat kinderen van 3,5 al vlot omgaan met leugens. Ona spaart de klassieker niet: "Jef heeft me geslagen!" Meestal is het waarheidsgehalte van die uitspraak omgekeerd rechtevenredig aan de graad van dramatiek waarmee ze die vertolkt. Jef is nog geen twee, maar hij leert snel bij. Als hij huilend aangestormd komt en je hem vraagt of hij zich pijn gedaan heeft, zegt hij bijna altijd "hoofd", als je dan vraagt wat er gebeurd is, zegt hij altijd "Ona". Zo proberen ze allebei hun gelijk binnen te halen vóór mama weet wat er nu eigenlijk echt gebeurd is. Iets dat meestal niet echt te achterhalen is. Ik probeer de berispingen een beetje gelijk te verdelen, maar Ona heeft natuurlijk al lang door dat ik soms gis, en verfijnt haar verdediging steeds beter. Jef kan daar moeilijk tegenop. Zijn argumentering beperkt zich tot een nogal doorzichtig: "is van mij!" Het is eigenlijk niet te verwonderen dat een kind begint op te lichten, bedenk ik als ik al ongeveer een halve tablet chocolade weggesopt heb in mijn koffie. Ze mogen niet liegen, en wij vertellen hun dag in dag uit leugens om bestwil. Ze mogen maar een halfuurtje tv per dag, maar als ze slapen liggen mama en papa hersendood voor de tv. Ze mogen niet snoepen, maar terwijl ze braaf spelen op de koer, vreet mama alle chocolade met hazelnoten weg.

17
feb

Carnaval voor papa’s en mama’s

Op een goeie directie kan je altijd rekenen. Op die van mij ook. Je kan er van op aan dat ze je plannen met de kinderen in de war zullen sturen. Je kan dan best niet te veel zeuren over de kinderen, want dat vinden ze heel flauw. Deze week heeft onze beheerder beslist op twee dagen en zonder budget een tentoonstelling in elkaar te zetten, of beter gezegd, dat zijn nederige werkvolk dat zou doen. Er mag hier sinds de crisis ons in haar wurggreep heeft, niet geklaagd worden (wees maar blij dat je nog werk hebt) dus zijn we de laatste twee dagen druk in de weer geweest met tapijt, dubbelzijdige kleefband en stanleymessen. Het resultaat is niet echt om over naar huis te schrijven. Ik heb er wel de minicarnavalstoet van Jef en het carnavalfeest van Ona door gemist. Toen ik deze namiddag aankwam in de crèche was het enige dat overbleef van Jefs vermomming een stel lange snorharen en een zwarte neus. Poes? Muis?

Op onze crèche kan je gelukkig wel altijd rekenen. Elk kind heeft een vermomming, het scharrelende grut inbegrepen. En als je het crèchestoetje niet hebt gezien dat ‘s morgens door de straten van het dorp geparadeerd heeft, dan steken ze het kind weer in zijn pakkie, zodat ook jij een beetje kan genieten van het schattige verkleedfestijn. Het zal de kinderen worst wezen. Jef ging meteen lopen toen de juf aan kwam zetten met zijn poezenkazuifel, de hoed met poeze-oren heb ik zelf maar opgezet, want die sloeg ie meteen tegen de grond. We hebben dan, trotse ouders die we zijn, toch geprobeerd Jef op de foto te krijgen met de poezehoed. Het resultaat zijn foto’s met afglijdende hoed, en nijdige blikken. We gaan het proberen op te lossen met Photoshop.