23
nov

Mama heeft een hobby!

Een hobby is iets voor mensen die zich vervelen of niets over zichzelf te vertellen hebben, en waarmee ze andere mensen de oren van het hoofd zagen. Mensen die in hun vrije tijd niet weten wat doen. Die niemand hebben om rustig een koffietje mee te gaan drinken en daarom een excuus nodig hebben om mensen te ontmoeten (leesclub, Italiaans voor beginners). Een hobby is een excuus om urenlang alleen te zitten zonder dat iemand je lastig valt (vissen, modeltreinen). Hobbies zijn een beetje zielig. Ersatz voor een spannend leven dat iemand met een hobby definitely NIET heeft. Een hobby is iets waar je geen duidelijk einddoel mee hebt, je hoeft de beste niet te zijn, je hoeft er geen geld mee te verdienen (anders gezegd: je weet dat je niet de beste zal worden, je weet dat jij er geen geld mee kan verdienen). Kortom: een hobby is niet cool.

Ik zal het maar gewoon toegeven. Sinds een paar weken sluit ik me twee keer per week op in het kleine bureautje op ons 1ste verdiep. Als ik de deur achter me dichttrek, verdwijnen alle praktische gedachten over avondeten, inkopen, wasjes,… uit mijn hoofd. Zelfs de meest wilde kreten van mijn eigenste bloedjes op de benedenverdieping (die niet weten dat mama in the building is) halen mij niet uit mijn concentratie. Ik zit dan makkelijk drie uur op mijn scherm te turen, met twee vingertjes te tikken en te goochelen met woordenboeken. Mama is een schrijfcursus begonnen en ze vindt het gewèèèèèldig.

Papa maakt zich zorgen. Mama ligt normaal rond tien uur te snurken (in de zetel of in bed), en nu zit ze om twaalf uur nog steeds in het vale licht van de computer te turen. Het is op het randje van beledigend, vindt hij. Hij weet niet wat hij moet vinden van die schrijfclub. Als hij tijd heeft zal hij een checken wat voor volk er in haar klas zit.

28
sep

Bravo voor de prikklok!

Elke morgen op het werk begint als volgt. Ik storm ons kantoorgebouw binnen (elke minuut telt) en leg mijn vinger op de moderne versie van de prikklok die in de hal staat. "Hola Ingrid, 8:27" verschijnt dan op het schermpje (ik moet vóór 9:30 binnen zijn). En daarmee heb ik al één van de twee belangrijkste dingen van mijn werkdag achter de rug. Hierna groet ik gezellig de mensen aan de onthaalbalie, en klim rustig naar het eerste verdiep. Eénmaal aangekomen bij mijn collega’s, leg ik mijn spullen neer, zet de computer aan en spreek met mijn teamgenoten af wanneer ik een koffietje zal gaan drinken. Om koffie te drinken moeten we niet prikken. De rest van de ochtend is eigenlijk gewoon een kwestie van de tijd uitzitten tot de vijf uur die ik dagelijks moet doen voorbij zijn (in dit geval dus tot 14:27), uitchecken en de werkdag zit erop!
Ik ben een groot voorstander van de prikklok. Elke minuut telt, of je zit te werken, koffie te drinken of je facebook te updaten. Op dagen dat ik niet per sé naar huis moet, kan ik nog een uurtje doorsurfen en wat extra tijd opsparen voor dagen dat ik wat sneller naar huis wil.
Maar ik heb nooit goed begrepen welke redenen werkgevers denken te hebben om prikklokken te installeren. Of zou het echt zo moeilijk zijn om na te gaan of werknemers werken?

26
sep

Regentherapie

Om iets voor negen vanochtend op de trein gaat mijn gsm plots bellen. Ik lig net zo zalig slaap in te halen (Met open mond? Smakkend zoals ik volgens mijn vriend steevast doe in mijn slaap?) Dus ik begin zoals de typische dommelende pendelaar mijn telefoon te zoeken in die megatas, nog half dromend over stoepjes waar ik van val en donsdekens.
"Ingrid?"
Een collega belt om me te laten weten dat onze hele afdeling ontboden is op een vergadering met de adjunct.directeur om half tien vanmorgen. Ik bedank hem voor het telefoontje en vraag hem verder niet meer uitleg, maar mijn verbeelding slaat meteen op hol, net zoals ongetwijfeld die van iedereen die op de vergadering verwacht wordt. In deze tijden van massa-ontslagen zijn onverwachte vergaderingen zonder agenda een aanleiding tot veel zenuwachtigheid. Vanmorgen blijkt het vals alarm. We worden collectief de les gespeld over motivatie, groepsgeest en het privilege voor de overeid te kunnen werken. Ik voel me helemaal niet opgelucht. Integendeel, ik merk dat ik me stiekem zit te verheugen op de dag dat de bom barst, terwijl elke dag die voorbij gaat doet vermoeden dat er helemaal geen bom gaat barsten en dat wij nog lang en ongelukkig mee zullen draaien in die idiote tredmolen die ik mijn werk noem.

In de trein terug naar huis ligt die teleurstelling op mijn maag. Ik denk aan Ona en Jef in de stortregen, gisteren. Terwijl iedereen veilig binnen zat, plensden zij door plassen en modder in KW en regenlaarsjes. Jef, met natte krullen op het voorhoofd geplakt en nat tot op zijn luier, ging zo diep in de plassen staan dat zijn laarzen niet meer te zien waren. Ona daagde hem roepend uit tot meer.

Misschien moet ik zelf ook een stel laarzen kopen.