22
sep

Een stel apen

Een directie die recht uit De Stam van de Holenbeer lijkt te zijn weggelopen. Die in paniek naar het kantoor snelt als je een onverwachte vraag stelt, en terugkomt met een knots. Die minder menselijk communicatietalent heeft dan een vondeling die door wolven is opgevoed. Die liever met een leger afgerichte apen werkt, dan met leergierige medewerkers. Die gelooft dat een human ressourcesbeleid bestaat uit het verloten van een mand streekproducten onder de werknemers. Die de werknemers op de vingers tikt voor een taxirit, maar zelf de vrouw meeneemt op zakenreis. Die vorming weggegooid geld vindt en teamvergaderingen tijdverspilling. Die eindeloos gedetailleerde planningen, schema’s en overzichten vraagt en die dan niet gebruikt, omdat ze niet weet hoe ze haar werknemers aan het werk moeten zetten. Die als objectieven heeft: in de krant komen, visitekaartjes verzamelen, en gratis op reis gaan. Dat alles op kosten van de belastingbetaler.

Ik overdrijf niet. Ik ben ook niet verbitterd. Lang kan zoiets niet blijven duren (hoop ik). Ik vraag me alleen af: hoe gaat een normaal mens daarmee om? Of hebben we allemaal een aap in ons die we kunnen laten opdraven als de demente dierentemmers met hun zweep slaan?

20
sep

Dr Jekyll and Mr Hyde

Je gaat je kind afhalen op de school en als je aankomt, staat ze ongeduldig uit te kijken naar je komst. Ze neemt uitgebreid afscheid van de juf, met veel kusjes, en hele verhalen die ze op de valreep nog kwijt moet. De juf is heel tevreden met je kind. Dat huppelt vrolijk de speelplaats uit en roept lachend NIKS! als je vraagt wat ze vandaag gedaan heeft op school. Je loopt de straat uit en de zwerm ouders met kinderen die zich van de school verwijdert, begint uit te dunnen.

Of je haar kan dragen…

Dat ze hier dan wel blijft zitten…

Als je doorstapt kom ze plots aangestormd en verkoopt je een klap, die hard aankomt ook al had je die zien aankomen. Je zet haar op de stoep om te bedaren maar ze raast nog een hele tijd door. Je andere kind in de buggy is nu ook aan het wenen. Je blijft rustig en uiteindelijk kalmeert ze en slentert achter je aan. Je bedenkt vergevingsgezind dat ze waarschijnlijk moe is van de school. Op het dorpsplein maakt ze hartstochtelijk ruzie met haar vriendjes over elke prul die ze kan aangrijpen. Je gaat dan maar naar huis met je kinderen. Vroeg eten, vroeg in bad. "Ik ga je doodmaken!" roept ze als ze uit bad moet.

Je doet je best om het niet persoonlijk te nemen maar steekt haar zonder pardon in bed.

15
sep

Ex-juf

Afgelopen weekend zaten we te eten met de kinderen en mijn schoonouders in één van onze vaste stekken. Of beter gezegd: we probeerden te eten want Jef was met geen middelen op zijn stoel te krijgen. Hij had grote honger maar wou af en aan eten zoals zo vaak tegenwoordig (dat betekent: hapje – naar de andere kant van het restaurant  lopen– terug – nog een hapje, enz). Thuis hebben we daar weinig geduld mee (groot genoeg om enige regels te respecteren) maar we hadden geen zin in één van die hysterische brulbuien die Jef steevast op het woord “nee” laat volgen. In de plaats daarvan deden we zoiets halfslachtigs dat alle boekjes afraden. Op de schoot van mama, daar een hapje, worstelpartij want hij wou er weer af. Poging van papa. Gewriemel op zijn schoot. Kind weer op de grond. Bedenkelijke glimlachjes aan de tafels rond ons. 

Ondertussen zat Ona, als wou ze het verschil met haar broer in de verf zetten, lieflijk en proper als een habsencoburgprinsesje haar bord leeg te eten, en aangenaam conversatie te voeren met haar grootouders.
Ona is op haar best als Jef op zijn ergst is. Toen Jef nog maar een paar maanden oud was en een hekel had aan de auto, zat zij steevast heel haar repertorium kinderliedjes te zingen terwijl Jef in de autostoel naast haar zijn longen uit zijn lijfje brulde. Ze kon zichzelf amper horen maar ging vrolijk verder. Ik zelf werd  zo zenuwachtig van het gekrijs dat ik op eender welk moment onder een vrachtwagen of tegen een paal kon rijden.

Maar die dag in het restaurant was er iets anders aan de hand. Toen Jef tegen een meneer stond te kwetteren en ons even een pauze gunde, merkte ik dat Ona heel stil zat. Ze keek naar een tafel achter mij, een trage lange blik zonder knipperen. Ik draaide me om. Achter ons zat de juf van vorig jaar aan een tafeltje met haar vriend. Ze leek zich niet bewust van Ona’s aanwezigheid. Ik stootte mijn schoonmoeder. “Kijk eens naar Ona.” “Ja,” zei die meteen, “ze heeft Ona wel gezien hoor, ze wil gewoon niets komen zeggen.” En dat was niet het laatste dat daarover te zeggen viel. Ze ging luid voort. “Als ze haar leerlingen niet wil tegenkomen dan moet ze hier niet komen eten, hè. Kan ze toch wel weten dat ze hier in het dorp kinderen zal zien.” Ik geneerde me een beetje en hoopte dat de juf niet meeluisterde.

Maar als dat ik hier zo neerpen moet ik toegeven dat ik wou dat ik even ongegeneerd van mijn dochter kon houden als haar grootmoeder. Wat een passie, wat een stalen vertrouwen in het gelijk van het kind. Daar kan een kind toch alleen maar beter van worden. Enfin, het liep allemaal goed af. Toen de exjuf de rekening betaald had en opstond, was er tijd voor een babbel, voor een kus en een knuffel, waar Ona weer helemaal van opfleurde. Vandaag hing ze alweer aan de lippen van de nieuwe juf. Het is verbazend hoeveel plaats een kinderhart heeft.